Werk in Uitvoering

Editie: 26

Gepubliceerd op: 01 april 2019

10 jaar geleden ervaarde onze generatie hoe een excessieve financiële dynamiek de economie en samenleving kan ontwrichten.

In de opgaande fase van de financiële cyclus stijgen, met de kredietverlening, de prijzen van vastgoed, aandelen en andere vermogenstitels. Dat vergroot het optimisme, jaagt de economie verder aan en daarmee de vraag naar krediet. Daarvan gaat een steeds groter deel naar de aankoop van vermogenstitels en consumptie, in plaats van naar productieve investeringen. De financiële sector komt zo steeds meer los van de reële economie, en groeit tot ver boven haar stand. Door de stijgende prijs van het onderpand, veelal vastgoed, lijkt de kredietverlening verantwoord. Totdat het sentiment keert en de financiële cyclus aan zijn neergang begint, zoals hij dat al zo vaak heeft gedaan, in een vicieuze cirkel van dalende vermogensprijzen, afnemend krediet en oplopende werkloosheid. Dan worden de buffers, die in de goede tijd overbodig leken, jammerlijk gemist.


De gevolgen zijn tot vandaag de dag voelbaar en zichtbaar: in politieke instabiliteit en in de grote schuldenlast van landen, huishoudens en bedrijven. De crisis was zo heftig doordat de nieuwe informatietechnologie een sterk gedereguleerde financiële wereld internationaal verbond en de financiële dynamiek sterk versnelde. De financiële cyclus werd steeds heviger.

Nu, tien jaar later, is de dynamiek van de financiële sector nog altijd groot en onvoorspelbaar. Veel nieuwe regels zijn ingevoerd, maar fundamentele hervormingen zijn uitgebleven. Banken en financiële markten zijn nog altijd nauwelijks te overzien. Wereldwijd zijn de totale schulden verder toegenomen. De financiële cyclus is nog niet beteugeld. We onderkennen nog altijd onvoldoende het bijzondere karakter van de financiële sector. Een sector die ankers en grenzen behoeft om verbonden te blijven met de reële economie. Het huidige financieel stelsel is uiteindelijk onhoudbaar en zal zonder ingrijpende maatregelen de samenleving verder ontwrichten.

Borging van essentiële publieke belangen is nodig, zodat private risico’s ook privaat blijven. Geen financiële instelling mag ‘too big to fail’ zijn, noch de sector ‘too complex to fail’. Een financieel ecosysteem is ook alleen robuust en veerkrachtig als het voldoende divers is.

Alleen dan kan de financiële sector de noodzakelijke ruimte krijgen om te ondernemen en om in te spelen op de snelle en fundamentele technologische en (geo)politieke ontwikkelingen. Ruimte om de ondernemers van krediet te voorzien die de economie op een nieuwe duurzame wijze vormgeven.

Dit vereist een brede maatschappelijke agenda en samenwerking door de gebruikelijke silo’s heen. Want niet alleen kan de financiële cyclus de samenleving ontwrichten, andersom is een stabiele financiële sector onmogelijk zonder een stabiele en inclusieve samenleving en een evenwichtig maatschappelijk krachtenspel. Dat vereist een vermindering van de nu oplopende sociale en ecologische spanningen in de samenleving. Daarvoor is een samenspel nodig tussen financiële sector en samenleving. Alleen zo ook, kan sprake zijn van vertrouwensherstel tussen sector en samenleving.

Nederland moet vooropgaan, juist omdat het extra kwetsbaar is met zijn grote financiële sector en grote afhankelijkheid van bancaire financiering. Het Sustainable Finance Lab beveelt daarom aan:

 

1: Structurele ingrepen die leiden tot verantwoord handelen

Voor een gezond financieel stelsel is het van belang dat we bewuster met risico’s omgaan. Dat betekent dat duidelijk moet zijn wie de risico’s kunnen en willen dragen en dat winsten en verliezen daar ook vallen. Daar is nog altijd onvoldoende sprake van. :

  • Verminder de verwevenheid van private risico’s en publieke belangen.

Bied mensen een veilige stallingsmogelijkheid voor hun geld middels een depositobank en creëer een publiek verankerd betalingssysteem dat niet in gevaar komt als een bank in de problemen komt. Banken kunnen hierbij nog steeds dienstverlenend optreden maar dragen niet meer de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor betalingsverkeer en spaargelden. Hierdoor ontstaat er voor banken weer ruimte om te ondernemen zodat ze flexibel en met het nodige risico kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen. Als dit gerealiseerd is kan de garantie op deposito’s bij banken naar beneden.

  • Vergroot het risicodragend vermogen van de samenleving.

Bedrijven, huishoudens en financiële instellingen zullen zich de komende jaren meer met eigen vermogen moeten financieren. Dat geldt zeker ook voor banken. Bij een geleidelijke toename komt de kredietverlening niet in gevaar. Belangrijk is om nu voor banken een ambitieus langetermijndoel te stellen, in de richting van een verdubbeling van het huidige eigen vermogen. Nederland en Europa kunnen hierin het voortouw nemen zonder dat dit de economie schaadt. Amerikaanse banken beschikken al over dergelijke niveaus van eigen vermogen. Beter gekapitaliseerde banken vergroten de financiële stabiliteit en kunnen in tijden van turbulentie terugvallen op hun buffers en de kredietverlening beter op peil houden. Een meer gelijke fiscale behandeling van eigen en vreemd vermogen is hiervoor onmisbaar

  • Een debiteurvriendelijker stelsel.

Nederland kent een uitzonderlijk crediteurvriendelijk juridisch stelsel. Een nieuw evenwicht is nodig waarbij de kosten minder eenzijdig bij de debiteur gelegd worden, wanneer een schuld niet kan worden terugbetaald. Zoals in de VS waar bij een dalende huizenprijs, de koper door het inleveren van de sleutel verlost is van zijn hypotheek. Financiële instellingen kunnen ook zelf producten ontwikkelen waarbij risico’s en opbrengsten tussen bank en klant meer worden gedeeld. Zoals bij islamitische financiering waar bij hypotheekverlening de bank mede-eigenaar wordt van het huis. Ook kan bij een betalingsprobleem een (gedeeltelijke) kwijtschelding van schuld gecombineerd worden met overdracht van woningeigendom aan de bank, zodat deze meeprofiteert als de markt omhooggaat.

 

2: Verbinding financiële sector en samenleving

De financiële sector bepaalt in hoge mate waar de middelen terecht komen die de economie en samenleving sturen. Dat geeft de sector een belangrijke maatschappelijke verantwoordelijkheid en de plicht zich hierover te verantwoorden. Een duidelijke maatschappelijke koers is ook een voorwaarde voor het terugwinnen van vertrouwen. Nederlandse financiële instellingen pakken deze rol in toenemende mate op, maar zoeken nog naar de precieze invulling. Om dit goed te kunnen doen, moeten de kortetermijnimpulsen waar financiële instellingen nu aan onderhevig zijn worden teruggedrongen.

  • Een heldere maatschappelijk georiënteerde purpose.

Formuleer als financiële instelling je purpose en laat zien hoe je die borgt in de activiteiten en structuur van de organisatie. De purpose moet doordringen tot in de haarvaten van de financiële instelling. De purpose is waar bankiers en beleggers trots op zijn en elkaar op aanspreken.

  • Geef de samenleving een plek in het toezicht op financiële instellingen.

Door werknemers, klanten en maatschappelijke belangen een plek te geven binnen het toezicht op financiële instellingen wordt de verbinding met de samenleving structureel verankerd.  Dat kan via een of meer plekken in de Raad van Commissarissen of de Raad van Toezicht in combinatie met een vaste onafhankelijke maatschappelijke adviescommissie zoals voorgesteld door de Monitoringscommissie code banken.

  • Beperk de rol van de op de korte termijn gerichte aandeelhouder.

Dit kan door financiële instellingen minder dan nu beursgenoteerd te maken en alternatieve eigendomsvormen te bevorderen. In geval van beursnotering kan dat door voldoende waarborgen in te bouwen om een evenwichtige afweging van de belangen van alle betrokkenen te garanderen. Denk aan certificering van aandelen of een bijzonder (‘gouden’) publiek aandeel. Tegelijkertijd is het belangrijk om de aandeelhouders te bewegen tot een meer langetermijngerichte beoordeling van financiële instellingen. Dat kan door een loyaliteitsdividend of extra stemrecht voor langetermijnaandeelhouders.

  • Neem ecologische risico’s mee.

De ecologische spanningen zullen de economie de komende jaren ingrijpend veranderen. Ofwel omdat we erin slagen de transitie te maken naar een duurzame economie, dan wel omdat we falen en de gevolgen daarvan ondervinden. Er is hoe dan ook geen business-as-usual scenario. Om hier adequaat op in te kunnen spelen hebben financiële instellingen diepgaand inzicht nodig in deze veranderingen. Dit heeft ook gevolgen voor het kapitaal dat nodig is om risico’s op te kunnen vangen, waarbij vooral banken meer kapitaal aan moeten houden voor bedrijven die sterk afhankelijk zijn van fossiele energie, primaire grondstoffen en vervuiling.

  • Proportionaliteit in het toezicht.

Financiële instellingen hebben ruimte nodig om de samenleving te dienen. Zij moeten risico kunnen nemen om ondernemerschap te ondersteunen. Het borgen van publieke belangen als een veilige stallingsmogelijkheid voor spaargeld en de betalingsinfrastructuur, zoals wij hiervoor voorstelden, creëert deze ruimte. Daarnaast kan het huidige ‘rule based’ toezicht ook gerichter ingezet worden. Een meer ‘principle based’ toezicht is mogelijk voor financiële instellingen van een beperkte omvang of die aantoonbaar opereren vanuit de wens een maatschappelijke bijdrage te leveren.

  • Moedig productieve investeringen aan.
    • Ontmoedig speculatieve vermogenswinsten via hogere belasting op winsten die worden behaald via financiële markten.
    • Biedt pensioenfondsen meer mogelijkheden pensioenbesparingen risicodragender in te zetten door een minder centrale rol toe te kennen aan de door dagkoersen bepaalde dekkingsgraad.
    • Een publieke investeringsbank kan hierbij helpen, die door mee te investeren ervoor zorgt dat private financiële instellingen meer investeren in duurzaamheidstransities.

 

3: Een evenwichtig maatschappelijk krachtenspel

Regels moeten worden aangepast aan nieuwe ontwikkelingen. Voorkomen moet worden dat partijen die belang hebben bij het opstuwen van de financiële cyclus hierin toonaangevend zijn. De regelgeving voor de financiële sector en het toezicht daarop moeten niet, als voor 2008, het domein zijn van een klein aantal specialisten van financiële instellingen, ministerie van Financiën en toezichthouders. In het maatschappelijk krachtenspel dienen er voldoende stevige institutionele tegenkrachten te zijn. Dat is nog niet het geval.

  • Meer transparantie bij politiek en toezichthouder over de relatie met de financiële sector.

Doe dat niet alleen door het toevoegen van een lobbyparagraaf bij nieuwe wetten en regels, maar ook door het publiceren van de agenda en spreekpunten van ambtenaren zoals in de VS gebeurt.

  • Een bredere en structurelere betrokkenheid van het parlement.

Verbreed de discussie die nu jaarlijks plaatsvindt tussen de commissie Financiën van de Tweede Kamer en het CPB en DNB. Aan kant van de Kamer, door andere relevante commissies erbij te betrekken, zoals die van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Binnenlandse Zaken, Infrastructuur en Waterstaat en Economische Zaken en Klimaat. Maar ook door daar wetenschappers en maatschappelijke organisaties bij te betrekken.

  • Financier (de start van) maatschappelijke waakhonden.

Naar schatting lopen er in Brussel 30 keer zo veel lobbyisten voor de financiële sector rond als van alle maatschappelijke organisaties tezamen. Omdat een meer evenwichtige belangenbehartiging en informatieverstrekking ook een publiek belang is zou dit ook met publieke middelen (tijdelijk) gefinancierd dienen te worden.

  • Vergroting van kennis en inzicht door beter onderwijs.

De lessen van 2008, en de eeuwen daarvoor, zijn nog onvoldoende doorgedrongen tot het onderwijs op universiteiten. Onderwijs dat bepalend is voor hoe de beslissers in en om de financiële sector tegen de wereld aankijken. Meer aandacht is nodig voor de institutionele aspecten van de economie, voor marktfalen en hoe juist in economisch voorspoedige tijden verkeerde risico’s worden opgebouwd.

 

4: Een onafhankelijke toezichthouder met voldoende instrumenten

Het blijkt dat individuele huishoudens, financiële instellingen, en mogelijk zelfs landen, afzonderlijk niet in staat zijn de financiële cyclus af te remmen. In essentie is dit een coördinatieprobleem dat vraagt om een partij die het publieke belang kan behartigen, een toezichthouder op gepaste afstand van politiek en sector. De laatste jaren heeft de toezichthouder een duidelijk, breed en internationaal gecoördineerd mandaat gekregen, maar niet het bijpassende instrumentarium.

  • Geef toezichthouder mogelijkheid hypotheeknormen te variëren om cyclus te dempen.

De financiële cyclus loopt internationaal steeds meer synchroon en concentreert zich waar het huizenprijzen betreft in de grote steden. Van de nationale instrumenten blijken vooral de hypotheeknormen (loan-to-value en debt-to-income) effectief om deze te dempen. Daarom zou DNB deze normen binnen een zekere bandbreedte moeten kunnen variëren en regionaal moeten kunnen inzetten.

Zonder geldstromen staat de economie stil. De financiële sector kun je zien als de hersenen van het economisch lichaam. Hier wordt besloten waar het bloed heen moet stromen, waar groei nodig is en waar rust. Helaas hebben we een financieel systeem dat zich met enige regelmaat het hoofd op hol laat brengen. Stijgende vastgoedprijzen zijn daar een vast onderdeel van. Maar dat is geen wetmatigheid, een financieel systeem is mogelijk dat dienstbaar is aan een duurzame economische ontwikkeling.

 

Mail de redactie