Sociale tevredenheid in een vergrijzende samenleving

Editie: 22.2 - De Zuidas

Gepubliceerd op: 08 oktober 2015

Afstudeerder TU/e


De invloed van buurtkenmerken op het sociale netwerk en de sociale tevredenheid van ouderen

Er is een groeiende belangstelling naar de relatie tussen de leefomgeving en het sociale netwerk van ouderen. De meeste studies richten zich op de hoeveelheid sociaal contact en niet op eenzaamheidsgevoelens of de sociale tevredenheid. In dit onderzoek wordt met behulp van een pad-analyse de relaties tussen persoonlijke en buurtkenmerken, kenmerken van het sociale netwerk, verbondenheid met de buurt, eenzaamheid en sociale tevredenheid geanalyseerd. Deze analyse is gebaseerd op data die is verzameld tussen april en mei 2014 in de regio Eindhoven onder 177 respondenten, met behulp van een vragenlijst en een sociaal interactie dagboek.

Veel studies richten zich op de relatie tussen de hoeveelheid sociaal contact, de omvang van het sociale netwerk en de leefomgeving. Deze studies richten zich niet op eenzaamheidgevoelens (Hughes et al., 2004) of de tevredenheid met de sociale contacten en het sociale netwerk. Als aanvulling op deze studies, is het daarom belangrijk om inzicht te krijgen in gevoelens van eenzaamheid en sociale tevredenheid.

Sociale netwerken zijn belangrijk voor de levenskwaliteit en het geluk van mensen (Delmelle et al., 2013). De kwaliteit van het sociale netwerk is hierbij belangrijker dan het aantal sociale interacties of de omvang van het sociale netwerk (Penninx, 2005). Een kleinere omvang van het sociale netwerk hoeft niet te betekenen dat mensen eenzamer zijn of omgekeerd, mensen met een groter sociaal netwerk zijn niet altijd meer tevreden met hun sociale leven.

Persoonlijke kenmerken en de leefomgeving kunnen het sociale netwerk van mensen beïnvloeden (Delmelle et al., 2013). Toch is er maar weinig bekend over het effect van de leefomgeving op de sociale tevredenheid van mensen. Als mensen zich meer verbonden voelen met hun leefomgeving, zullen ze waarschijnlijk ook meer tevreden zijn met hun sociale contacten in de buurt en meer sociale contacten hebben met buurtgenoten. Deze verbondenheid met een plek of buurt wordt ook wel ‘place attachment’ genoemd (Rubinstein en Parmelee, 1992). De verbondenheid met de buurt wordt sterker wanneer mensen langer in dezelfde buurt wonen. Onderzoek laat zien dat kenmerken van de leefomgeving de verbondenheid met de buurt kunnen beïnvloeden (Buffel et al., 2011).

Het doel van dit onderzoek is het analyseren van de relaties tussen persoonlijke kenmerken, buurtkenmerken, eenzaamheid, de verbondenheid met de buurt, sociale netwerken en de sociale tevredenheid van ouderen. Figuur 1 toont het conceptueel model met de onderlinge relaties die in dit onderzoek zijn onderzocht.

Afstudeerder

Figuur 1 conceptueel model

Data verzameling
Data is verzameld door middel van een sociaal interactie dagboek en een vragenlijst over de omvang en de samenstelling van het sociale netwerk, de verbondenheid met de buurt, sociale tevredenheid, eenzaamheid en over persoonlijke en buurtkenmerken.

Respondenten werden gevraagd om al hun sociale interacties te noteren in het sociaal interactie dagboek. Respondenten werden gevraagd om één interactie te noteren bij elke sessie van sms berichten, WhatsApp berichten, chat berichten en berichten tijdens een internet spel.

In de vragenlijst zijn een aantal vragen gesteld over de persoonlijke kenmerken van de respondenten zoals leeftijd, geslacht, autobezit, club-lidmaatschap, gezinssamenstelling, arbeidssituatie, gezondheid, inkomen en opleidingsniveau, verblijfsduur in de buurt, etniciteit en werkstatus. Ook werden respondenten gevraagd of ze bepaalde gebeurtenissen hadden ervaren sinds 2008, zoals ouderschap, echtscheiding of het overlijden van een echtgenoot.

Sociale tevredenheid is gemeten met behulp van een opgestelde index. Deze index bestaat uit de negen vragen over de tevredenheid van de respondenten met de samenstelling van hun sociaal netwerk, de omvang van het sociale netwerk en hun sociaal leven over het algemeen. Eenzaamheid is gemeten met behulp van een index (Hughes et al., 2004). Deze index bestaat uit drie vragen: ’hoe vaak heb je het gevoel dat je gezelschap mist?’, ‘hoe vaak voel je je buitengesloten?’ en ‘hoe vaak voel je je geïsoleerd van anderen? ‘.

Informatie over de buurt is verkregen met behulp van Statline (CBS, 2012), zoals de dichtheid, voorzieningen in de buurt, samenstelling van de bevolking, de afstand tot groene openbare ruimtes en het type woningen. Sociale cohesie is gemeten door middel van een index opgesteld door Decide (2007). Deze index bestaat uit zeven vragen over sociale cohesie en het richt zich op de mate waarin bewoners samen activiteiten doen en de mate van solidariteit tussen de bewoners.

In dit onderzoek is de 12-item schaal van Williams en Roggenbuck (1989) gebruikt om de verbondenheid met de buurt te meten. Deze index bestaat uit uitspraken zoals: ‘ik heb het gevoel dat deze buurt een deel van mij is’, ‘ik ben zeer gehecht aan deze buurt’, ‘deze buurt betekent veel voor mij’ en ‘ik haal meer voldoening uit deze buurt dan uit een andere buurt’.

Het doel van de dataverzameling was om alle respondenten, die in 2008 in het onderzoek van Van den Berg (2012) het sociaal interactie dagboek hebben ingevuld, nog een keer het sociaal interactie dagboek te laten invullen. In 2008 werden adressen willekeurig geselecteerd in verschillende buurten in de regio Eindhoven.

In dit onderzoek is data verzameld tussen april en mei 2014 in de regio Eindhoven, onder 141 respondenten die deelnamen aan het onderzoek in 2008 en 36 nieuwe respondenten. De steekproef bestaat uit 62% vrouwen en 38% mannen. Ook bevat de steekproef een hoog percentage respondenten met een leeftijd tussen de 40 en 80 jaar (81%). Respondenten die zonder partner wonen, met kinderen (6%) of zonder kinderen (13%), zijn ondervertegenwoordigd in deze steekproef. Dit komt waarschijnlijk door het hoge percentage van respondenten met een leeftijd tussen de 40 en 80 jaar. Een groot deel van de respondenten is hoogopgeleid (89%).

Methode & Resultaten
Kwantitatieve analyses zijn uitgevoerd om de relaties te analyseren. Om de relaties tussen de onafhankelijke variabelen en de afhankelijke variabelen, en de relaties tussen de afhankelijke variabelen gelijktijdig te analyseren, is een pad analyse gebruikt. Het model is opgesteld met behulp van behulp van het statistisch software pakket LISREL (Jöreskog en Sörbomet, 2008).

Afstudeerder 1

Tabel 1 Afhankelijke en onafhankelijke variabelen (N=177)

Als eerste zijn de relaties tussen afhankelijke en onafhankelijke variabelen bepaald met behulp van bivariate analyses. De relaties die significant waren, zijn toegevoegd aan het pad analyse model. De onderlinge relaties tussen de afhankelijke variabelen zijn ook toegevoegd. Vervolgens zijn alle relaties die niet significant (p<0.05) waren verwijderd van het model. In tabel 1 worden de afhankelijke en onafhankelijke variabelen weergegeven die zijn meegenomen in het model. Dit resulteerde in het uiteindelijke model (figuur 2).

“Voor de kwaliteit van het leven is het dus belangrijk dat er omgevingen worden gecreëerd waar mensen tevreden zijn met hun sociaal leven en zich verbonden voelen met hun omgeving.”

Afstudeerder 2

Figuur 2 Pad analyse model

De resultaten laten zien dat persoonlijke kenmerken effect kunnen hebben op het aantal sociale interacties van mensen. Leeftijd heeft een negatief effect op het aantal sociale interacties. Deze bevinding suggereert dat ouderen minder sociale interacties hebben. Dit komt waarschijnlijk doordat sociale interacties met collega’s verdwijnen na pensionering. Ook kan de vermindering van het aantal sociale interacties het gevolg zijn van een verslechterde gezondheid en verminderde mobiliteit. Figuur 2 laat zien dat mensen met een laag inkomen en mensen die een partner hebben verloren minder sociale interacties hebben.

Er is ook gevonden dat mensen die samenwonen met een partner (met of zonder kinderen) minder sociale interacties hebben dan mensen die zonder een partner wonen (met of zonder kinderen). Club-lidmaatschap en zeer hoge dichtheid in de buurt kunnen de sociale tevredenheid beïnvloeden. Mensen die lid zijn van een club of vereniging zijn meer tevreden met hun sociaal leven. Deelname aan sociale activiteiten zou de kwaliteit van het sociale netwerk kunnen verbeteren. Een hogere dichtheid (≥ 2500 adressen per vierkante kilometer) in een buurt kan leiden tot een lagere sociale tevredenheid van inwoners. In gebieden met een hogere stedelijke dichtheid zijn meer mogelijkheden om deel te nemen aan sociale activiteiten, maar is het waarschijnlijk moeilijker om echte vrienden te ontmoeten en zich verbonden te voelen met de buurt (Hanabuchi et al, 2012).

Uit de resultaten blijkt dat het aantal buurtgenoten in het sociale netwerk en de sociale cohesie in de buurt, de verbondenheid met de buurt positief kan beïnvloeden. Sociaal contact met buurtgenoten en gesteund of geholpen worden door buurtgenoten is zeer belangrijk voor het gevoel van verbondenheid met de buurt en uiteindelijk voor de sociale tevredenheid. Een laag inkomen kan ook de verbondenheid met de buurt negatief beïnvloeden.

Eenzaamheid wordt negatief beïnvloed door de verbondenheid met de buurt, autobezit en een zeer goede gezondheid. Mensen die in het bezit zijn van een auto en een betere gezondheid hebben zijn beter in staat om hun sociale contacten (op verdere afstand) te onderhouden en zijn daardoor waarschijnlijk minder eenzaam.

Figuur 2 laat ook de significante relaties zien tussen de afhankelijke variabelen. Het aantal sociale interacties heeft een positief effect op de sociale tevredenheid. Mensen met een hoger aantal sociale interacties zijn meer tevreden met hun sociale leven. Ook is gevonden dat eenzaamheid een negatief effect heeft op de sociale tevredenheid. Mensen die zich vaak eenzaam voelen, zijn minder tevreden met hun sociale leven. Opvallend is dat er geen significant effect is gevonden van de sociale tevredenheid op gevoelens van eenzaamheid. Dit geeft aan dat mensen die niet tevreden zijn met hun sociale leven, zich niet perse eenzaam hoeven te voelen.

Conclusie
De
resultaten tonen aan dat de buurt een belangrijke rol speelt bij de sociale tevredenheid van ouderen. De verbondenheid met de buurt, de mate van sociale cohesie in de buurt en het aantal buurtgenoten in het sociale netwerk zijn belangrijke aspecten voor de kwaliteit van het sociale leven. Daarnaast zijn het aantal sociale interacties, gevoelens van eenzaamheid, persoonlijke kenmerken, evenals de buurt waarin ouderen wonen belangrijke factoren bij de vormgeving van de sociale tevredenheid van ouderen. Voor de kwaliteit van het leven is het dus belangrijk dat er omgevingen worden gecreëerd waar mensen tevreden zijn met hun sociaal leven en zich verbonden voelen met hun omgeving. Vooral voor ouderen en mensen met een slechtere gezondheid, is het belangrijk dat ze emotioneel en instrumentaal worden ondersteund door buurtgenoten. Daarom zouden beleidsplannen zich meer moeten richten op het verhogen van het aantal sociale interacties in buurten, door bijvoorbeeld het organiseren van sociale activiteiten of het betrekken van lokale bewoners bij nieuwe plannen voor de buurt.

 

Bronnen

Buffel, T., Demeere, S., De Donder, L. & Verté, D. (2011). Fysieke, sociale en psychologische dimensies van de woonomgeving: Ouderen aan het woord over hun verbondenheid met de buurt. Tijdschrift voor Sociologie, 32(1), 59-87.

CBS (2012). Statline. Verkregen op 15 mei, 2011, via www.cbs.nl.

Delmelle, E.C., Haslauer, E. & Prinz, T. (2013). Social satisfaction, commuting and neighborhoods. Journal of Transport Geography, 30, 110-116.

Hughes, M.E., Waite, L.J., Hawkey, L.C. & Cacioppo, J.T. (2004). A short scale for measuring loneliness in large surveys: Results from two population-based studies. Research on ageing, 26, 655-672.

Jöreskog, K. & Sörbom, D. (2008). LISREL 8. User’s reference guide. SSII, Chicago.

Penninx, K. (2005). Kwetsbare ouderen in beeld. Utrecht: NIZW Zorg.

Rubinstein, R. & Parmelee, P. (1992). Attachment to place and the representation of the life course by the elderly. Place Attachment. Human Behavior and Environment, 12, 139-163.

Sikma, P. (2011). Een leefbare omgeving voor ouderen: over de eigenschappen van een leefbare omgeving voor ouderen. Utrecht: Universiteit Utrecht. Faculteit Geowetenschappen.

Walsh, K. & Ward, P. (2013). Social Exclusion and Ageing in Rural Areas: Patterns and Implications. Rural Ageing Observatory Paper. Galway, Ireland: Irish Centre for Social Gerontology.

Williams, D.R. & Roggenbuck, J.W. (1989). Measuring Place Attachment: Some Preliminary Results. Paper Presented at the Session on Outdoor Planning and Management, NRPA Symposium on Leisure Research, San Antonio, TX.

Van de Maat, J.W. & Van Xanten, H. (2013). Sleutels voor de lokale aanpak van eenzaamheid. Utrecht: MOVISIE, kennis en aanpak van sociale vraagstukken.

Van den Berg, P.E.W. (2012). Social Activity-Travel Patterns: The Role of Personal Networks and Communication Technology. Eindhoven: Eindhoven University of Technology.

Mail de redactie