De verweving van de stad

Editie: 27

Gepubliceerd op: 28 november 2019

We hebben als Nederland, al dan niet door buitenlandse specialisten aangejaagd, een ijzersterk imago als het op ordening van onze ruimte aankomt. We hebben hard ons best gedaan om ons land te ordenen en in te richten, op een plek (met onze lage ligging in een delta) die misschien wel helemaal niet voor de hand ligt. Kunnen we nog iets leren? Gegeven wat voor ons ligt? Ja natuurlijk, leren houdt nooit op. Maar dat is slechts een algemene constatering. We moeten blijven leren, omdat de uitdagingen die voor ons liggen daarom vragen.

Vanuit een vliegtuig is het altijd mooi te zien: het Nederland van nu is een keurig geordend geheel. Een patchworkdeken bestaande uit verschillende vlakken die ieder hun eigen kleur kennen: infrastructuur, water, stad, land, bos, heide, distributiecentrum, woonwijk of kantoor. Heel veel functies, allemaal netjes  in ons kleine landje ingepast. Het gebruik van onze ruimte staat echter onder druk. Grote opgaven, zoals de energietransitie, de circulaire landbouw en economie, en de toenemende vraag naar geschikte woningen en bedrijvenlocaties, leggen een steeds grotere claim op onze ruimte. Al deze verschillende kleuren van het deken moeten veel meer met elkaar verweven worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) stelt dan ook een aanpak voor waarin een meer geïntegreerde gebiedsontwikkeling centraal. Alleen in samenhang van functies, opgaven en oplossingen kunnen we de kwaliteit van onze leefomgeving verbeteren.

Recent was ik in Gent, waar ik van onze Vlaamse collega’s het woord verweving heb overgenomen. Meer mensen in de stad, meer groen, meer ruimte voor wateropvang; kan het allemaal? Wij spreken dan over verdichting, maar is verweving niet een veel mooier woord? Een woord dat ook nog eens de lading veel beter dekt. We kunnen met meer mensen in onze steden wonen en tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit omhoog brengen. Maar dat vraagt dan wel een radicaal andere werkwijze en plannenmakerij.

 


De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) stelt dan ook een aanpak voor waarin een meer geïntegreerde gebiedsontwikkeling centraal staat.

Wat is de NOVI?

De urgentie is groot; om een aantal voorbeelden te noemen: we moeten nog 1 miljoen  woningen bouwen,  op de juiste plekken in relatie tot mobiliteit, klimaat en energie. We zien een afname van de natuurwaarden en biodiversiteit. We willen de luchtkwaliteit verder verbeteren en we moeten de uitstoot van stikstof omlaag brengen.  Met behulp van de NOVI gaan we met deze en andere opgaven in onze fysieke leefomgeving aan de slag. We stellen in de NOVI prioriteiten, benoemen nationale belangen en maken beleidskeuzes. Zo stellen we dat opgewekte energie op de Noordzee bij voorkeur aan land komt in gebieden waar energie-intensieve bedrijven zitten en nieuwe energie-intensieve bedrijven (zoals datacenters) zich gaan vestigen. We zeggen ook dat havens en industriegebieden hun ruimte moeten behouden, het einde van het fossiele tijdperk is immers nog niet gerealiseerd en ook de circulaire economie zal veel ruimte vragen. Dit zijn maar enkele voorbeelden. Het is niet makkelijk. Keuzes en prioriteiten hangen met elkaar samen en zullen ook verschillend zijn per regio of gebied. Daarom bevat de NOVI nog lang niet op alle onderwerpen keuzes. We geven wel richting, maar er moet ruimte zijn om de keuzes uiteindelijk regionaal te maken. Drie afwegingsprincipes vormen in de NOVI daarbij de leidraad: combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; en afwentelen (bijvoorbeeld waarbij bepaalde groepen of gebieden onevenredig nadeel ondervinden van bepaalde keuzes) moet worden voorkomen.

Verstedelijking – NOVI

Veel van bovengenoemde vraagstukken komen samen in stedelijk regio’s. Steden ondergaan de komende jaren een grote transformatie. We gaan onder andere meer woningen bouwen, bestaande woningen verduurzamen, mobiliteit wordt slimmer, en er komt meer ruimte voor waterberging en groen. De behoefte aan ruimte voor wonen, werken en voorzieningen wordt bij voorkeur geaccommodeerd binnen bestaand stedelijk gebied. Een uitdaging, want het toenemen van het aantal inwoners per vierkante kilometer heeft zonder aanvullende keuzes negatieve invloed op de kwaliteit van het leven in de stad. Het verhoogt de druk op voorzieningen en zet het bestaande groen onder druk.

Verstedelijking – uitvoering

Dus de grote vraag is: Hoe wordt ons stedelijk landschap een mooi gestructureerd en slim weefsel? Vanuit de NOVI, die in ontwerp juni 2019 is gepubliceerd, werken we aan uitgangspunten, afwegingsprincipes en de uitvoering. In het ontwerp hebben we een  verstedelijkingsstrategie opgenomen. Centraal staat daarin het koppelen van aantallen (wonen en werken in eerste instantie binnen bestaand stedelijk gebied) aan kwaliteit (lucht, groen, water). We werken deze strategie samen met regio’s uit voor de middellange en lange termijn. Hierin worden de vraagstukken en opgaven in samenhang met elkaar bezien en moeten de keuzes worden geformuleerd. De NOVI noemt zoekgebieden voor grootschalige ontwikkellocaties (gelijk aan de locaties in de woondeals) voor wonen en gemengd wonen/werken, zoals de Binckhorst in Den Haag en de Merwedekanaalzone in Utrecht. De woningbouwimpuls van 2 miljard euro gaat hier enorm bij helpen door bijvoorbeeld gebiedsontwikkelingen waar nodig vlot te trekken in tijd, maar ook de kwaliteit van deze ontwikkelingen te verhogen. Denk aan kosten voor de uitplaatsing van bedrijven, sanering van gronden, infrastructurele ontsluiting, investering in duurzaamheid, het opvangen van de potentiële gevolgen van de uitspraak over de stikstofproblematiek voor de woningbouw en het zorgdragen voor een kwalitatief goede leefomgeving.

Conclusie met beeld 

Al deze instrumenten moeten leiden tot duurzame, sterke en gezonde steden. In de stad van de toekomst is de energieopwekking en waterberging goed ingepast, bouwen we circulair en natuurinclusief. Kortom: we voldoen aan de torenhoge ambities die we in de NOVI hebben gesteld. Dat is mogelijk, maar vraagt wel om een nieuwe aanpak en heldere keuzes. En dat vraagt om samenwerking. Geen “je gaat erover, of niet”, maar samenwerken op basis van een goed gesprek met betrokken overheden, andere partijen en inwoners. In dat gesprek brengen we als rijksoverheid weer meer onze standpunten in. Daarbij helpt het verhaal van de NOVI. Van hieruit kunnen we samen de nieuwe stedelijkheid tot realiteit maken.

Figuur 1 De naoorlogse woonwijk in de toekomst: ruimte voor nieuwe woontypologieën, modulaire houtbouw, waterberging en slimme kabelgoten.

 

Mail de redactie