Watertrends in de stad: over druppels, ruimtelijke druk en kwaliteit

Editie: 27

Gepubliceerd op: 23 april 2020

Water en de stad; van oudsher geen vanzelfsprekende combinatie. ‘Waterbouwers’ werkten aan dijken, dammen en watergangen, en soms kwamen ze daarbij ‘toevallig’ een stad tegen. Een dijk werd ingepast in de stedelijke structuur, enkele woningen moesten wijken en ruimtelijke reserveringen werden bepaald. De ‘stadsmakers’ waren ondertussen bezig met de stedelijke opgaven rond wonen, werken en mobiliteit, met water als een afgeleide. De afvoer van regenwater en rioolwater moest nog ontworpen worden, even toestemming regelen voor het bouwen naast de dijk en wellicht is er nog een plekje voor oppervlaktewater over.

Terugkijkend zien we in de tweede helft van de 20e eeuw verandering ontstaan. Waterbeheer is geen doel op zich, maar wordt steeds vaker deel van de integrale (stedelijke) ruimtelijke ordening. In deze verandering past bijvoorbeeld de rivierverruiming in Nijmegen Lent, waarbij ‘Ruimte voor de Rivier’ is gecombineerd met woningbouw, mobiliteit en recreatie. Of denk aan de grootschalige woningbouw in de Zuidplaspolder waarbij waterbeheer in deze diepe polder integraal is meegenomen in het ontwikkelen van de plannen (Van Buuren e.a. 2009). Zo is water een factor van betekenis geworden in de leefomgeving.

Anno 2020 kunnen we, vanuit de onderzoeken die wij afgelopen jaren hebben uitgevoerd, drie trends noemen in de combinatie van water en stad: elke druppel telt, ruimtelijke kwaliteit onder druk, en water als kwaliteit. We zullen deze trends illustreren aan de hand van actuele voorbeelden.


Waterbeheer in de haarvaten van de stad: elke druppel telt

De eerste trend die wij zien in het stedelijk waterbeheer, is een beweging naar de haarvaten van de stad. Voorheen lag de nadruk op het top-down technisch ontwerpen van een optimaal watersysteem (Lintsen, 2002; Verkerk & Van Buuren, 2013). Anno 2020 zien we een beweging van onderaf, waarbij steeds meer kleinschalige projecten hun relatief kleine maar wel wezenlijke bijdrage leveren aan het waterbeheer. Het initiatief hiervoor komt vaak uit de stad, denk aan bewoners, projectontwikkelaars, bedrijven en verenigingen (Duijn & Van Popering-Verkerk, 2019; Hegger et al. 2017). 

Een mooi voorbeeld hiervan is de opkomst van groenblauwe schoolpleinen in tal van steden, waaronder Delft (zie foto). Op deze schoolpleinen worden de oude tegels vervangen door groen en aarde. In natte tijden wordt het overvloedige regenwater opgeslagen in de grond, om in droge tijden te worden gebruikt voor de aanwezige beplanting. De effecten van deze projecten zijn waterkundig gezien mooi, maar ook beperkt door hun kleinschaligheid. We zien echter wel dat de effecten breder zijn (Van Leeuwen e.a. 2019). Het spel tussen kinderen wordt beter, er is sprake van minder pesten. Kinderen komen meer in aanraking met de omgeving en worden bewuster van de natuur rond zich heen. Het zijn projecten waarvoor samenwerkingen tussen scholen, gemeente en het waterschap nodig zijn.

Zo zien we in steden een toenemend besef dat elke druppel telt en een ieder hieraan bij kan dragen. Elke verharding die plaatsmaakt voor meer groen, draagt bij aan de totale sponswerking van de stad. 

 

 

Groenblauw schoolplein in Rotterdam (bron: hoogheemraadschap Delfland, n.d.)

 

Ruimtelijke kwaliteit van waterveiligheid onder druk

Een tweede trend die we waarnemen is dat de voorheen zo gepropageerde integrale waterveiligheidsaanpak niet altijd meer uit de verf komt. Waar in het programma Ruimte voor de Rivier waterveiligheid en ruimtelijke kwaliteit hand in hand gingen, zien we dat dit onder druk is komen te staan bij grote waterveiligheidsprojecten. 

Op beleidsniveau staan de ruimtelijke ambities nog altijd overeind. Zo spreekt het Deltaprogramma (2014) de ambitie uit om meerlaagse veiligheid toe te passen, deltadijken te onderzoeken en andere functies mee te koppelen wanneer men aan de slag gaat met dijkverwerking. In de praktijk van het versterken zien we toch vooral dat het principe ‘sober en doelmatig’ de boventoon voert. Vaak worden ruimtelijke kansen wel verkend, maar kan aan het zo gewenste integrale perspectief geen invulling worden gegeven, wegens beperkte financiële middelen, een strakke tijdsplanning, cijfermatige risicoanalyses of andere motieven (Van Popering-Verkerk e.a. 2019).

Een voorbeeld zagen we rond een dijkversterking in gemeente Geertruidenberg. Tijdens de verkenning vond een uitgebreid participatieproces plaats met burgers en andere belanghebbenden. Dat leidde tot mooie en integrale meekoppelkansen rondom de toekomstig versterkte dijk. Deze kansen sneuvelden echter ten tijde van de finale besluitvorming. Voor het waterschap waren de meekoppelkansen, bezien vanuit haar primaire focus om te komen tot een robuuste en toekomstbestendige dijk, toch te risicovol. Het voorbeeld toont de spanning die we steeds vaker waarnemen. Een spanning tussen integrale maatschappelijke ambities aan de ene kant en primaire waterveiligheidsbelangen aan de andere kant. Een spanning waarvan we dachten die met het programma ruimte voor de rivier te hebben beslecht, maar die toch weer steeds vaker de kop op steekt.

 

 

Water: van probleem naar kwaliteit in de drukke stad

Tot slot zien we dat water steeds vaker als kwaliteit wordt beschouwd in de drukke stad. Om deze trend te begrijpen, is het goed terug te kijken naar de stedelijke ontwikkeling in de 19e eeuw. In die tijd werden de grachten en sloten in de stad gebruikt voor zowel drinkwater als voor de afvoer van afval en uitwerpselen. Een combinatie die zorgde voor grote gezondheidsproblemen. Dit was aanleiding om een stedelijk rioolstelsel en drinkwaterstelsel te ontwikkelen, los van de afvoer van regenwater. Zo leidde verstedelijking tot waterproblemen die opgelost moeten worden. 

Ook nu staan steden voor een enorme opgave. Opgaven en ambities rond energie, woningbouw en duurzaamheid zullen grote impact hebben op de stad. Bij eerdere opgaven zagen we dat water vaak een afgeleid probleem was, zoals de waterproblemen door de verstedelijking in de 19e eeuw. Bij de huidige opgaven en ambities zien we dat water steeds meer als kwaliteit wordt beschouwd. Zo ziet gemeente Rotterdam het ontwikkelen van getijdenparken als koele groene plek als randvoorwaarde om de stad leefbaar te houden (Gemeente Rotterdam, 2018). En gemeente Dordrecht kijkt hoe sportparken deel kunnen worden van groenblauwe linten in de stad waar bewoners kunnen wandelen en recreëren (Van Popering-Verkerk e.a. 2020). 

De toenemende ruimtelijke druk wordt ervaren en ruimte voor water is daarbij niet vanzelfsprekend. We zien wel steeds meer voorbeelden waarbij water (vaak in samenhang met natuur en bodem) één van de voorwaardelijke kwaliteit is (Puts & Van der Heijden, 2017). Zo wordt water een integrale kwaliteit die verdere stedelijke ontwikkeling.

Referenties

Deltaprogramma (2014). Deltaprogramma 2015 Werk aan de delta: Nederland tijdig aanpassen aan klimaatverandering. Den Haag: Deltacommissaris.

Duijn, M., and Van Popering-Verkerk, J. (2018). Integrated public value creation through community initiatives: Evidence from Dutch water management. Social Sciences, 7(12), 261.

Gemeente Rotterdam (2018). De rivier als getijdenpark: Groeidocument 2018. Rotterdam.

Hegger, D. L., Mees, H. L., Driessen, P. P., & Runhaar, H. A. (2017). The Roles of Residents in Climate Adaptation: A systematic review in the case of the Netherlands. Environmental Policy and Governance, 27(4), 336-350.

Lintsen, H. (2002). Two centuries of central water management in the Netherlands, Technology and Culture, 43(3), 549-568.

Puts, H., and Van der Heijden, J. (2017). Toekomstwaarde als basis voor meervoudige investeringen: kosten delen en extra inkomsten genereren. Gedeelde Ruimte, PlanDag.

Van Buuren, M. W., Edelenbos, J., and Klijn, E. H. (2009). Gebiedsontwikkeling in woelig water: over water governance bewegend tussen adaptief waterbeheer en ruimtelijke besluitvorming. Den Haag: Boom Lemma.

Van Leeuwen, C., Lorenz, N., Timmer, N., Van ’t Hull, J., Zeij, M., Sweres, N., De Vries, S., and Van den Hurk, B. (2019). Doorwerking groenblauwe schoolpleinen. Delft: Hoogheemraadschap van Delfland.

Van Popering-Verkerk, J., Vreugdenhil, H., Van Buuren, M. W., en Ellen, G. J. (2020). Pilots en hun doorwerking: Lessen uit het living lab Dordrecht bezien vanuit de pilot paradox. Rotterdam: Erasmus Universiteit Rotterdam.

Verkerk, J., and Van Buuren, M. W. (2013). Integrated water resources management in the Netherlands: Historical trends and current practices in the governance of integration. International Journal of Water Governance, 1(3-4), 427-452.

Mail de redactie