Van de achterbank naar op de fiets; hoe stimuleer je actief verplaatsingsgedrag naar de basisschool?

Editie: 26

Gepubliceerd op: 18 februari 2019

De huidige generatie kinderen wordt steeds vaker de ‘achterbankgeneratie’ genoemd. Kinderen brengen meer van hun tijd door op de achterbank van de auto en minder op de fiets of lopend. Dit is een ongunstige ontwikkeling, want inactiviteit als kind kan makkelijk leiden tot het aanleren van een inactieve levensstijl. Daarom is het van groot belang om deze ontwikkeling tegen te gaan en op zoek te gaan naar manieren om actief verplaatsingsgedrag te stimuleren. Maar hoe doe je dit? Wat voor rol spelen de ouders hierin? En wat is eigenlijk het beste voor de kinderen zelf?


Het leuke is dat kinderen ook daadwerkelijk meer tevreden waren over hun trip naar school wanneer deze met een actief vervoersmiddel werd gemaakt

Wereldwijd, waaronder in Nederland, zien we een afname in actief verplaatsingsgedrag bij kinderen (o.a. Buliung, Mitra & Faulkner, 2009; Fyhri et al., 2011; NOS, 2018). Dit is zorgwekkend en spijtig, want actief verplaatsingsgedrag naar school kan een belangrijke dagelijkse bron van fysieke activiteit zijn (Cooper et al., 2003). Bovendien heeft actief verplaatsingsgedrag ontzettend veel voordelen op het gebied van fysieke gezondheid, psychologische gezondheid en cognitieve ontwikkeling van kinderen. Een bijkomend probleem is dat het toenemende aantal auto’s rondom scholen zorgt voor onoverzichtelijke en vaak chaotische verkeerssituaties (NOS, 2015, 2018). Op dit gebied is er een vicieuze cirkel zichtbaar: meer ouders ervaren de situatie als onveilig, waardoor zij hun kinderen met de auto naar school brengen. Vervolgens bevinden zich meer auto’s rondom de school, waardoor nog meer ouders de situatie als onveilig gaan ervaren (zie ook figuur 1). Dit alles is de aanleiding geweest om te onderzoeken hoe een omgeving waar meer kinderen te voet en op de fiets naar school gaan zich kenmerkt, zowel op sociaal als fysiek vlak. De vraag is via welke factoren in de omgeving van een kind je actief reisgedrag kunt stimuleren en hoe dit bijdraagt aan gezondheid en welzijn van kinderen.

Figuur 1: vicieuze cirkel veiligheidsperceptie

Omschrijving onderzoek

In het kader van een afstudeeronderzoek aan de Technische Universiteit Eindhoven is onderzoek gedaan naar het reisgedrag naar de basisschool (Craats, 2019). Benaderd vanuit het sociaal-ecologisch model van Bronfenbrenner (1979), lag de nadruk op factoren in de verschillende lagen van de omgeving van een kind, namelijk: persoonlijk, huishouden, school, fysiek & sociale omgeving, extern. Binnen deze lagen zijn sociale en fysieke kenmerken in acht genomen. Er was extra aandacht voor de rol die de veiligheidsperceptie van ouders speelt in het keuzeproces voor een bepaald vervoersmiddel. Daarnaast is de relatie tussen actief reisgedrag en het (subjectief) welzijn van kinderen belicht. Ten behoeve van het onderzoek zijn vragenlijsten verspreid onder kinderen en ouders van 15 basisscholen in en rondom Arnhem. Uiteindelijk zijn 660 correct ingevulde vragenlijsten (door kinderen en ouders) ingeleverd, dit was een respons van maar liefst 46 procent. Deze hoge respons kan gezien worden als een aanduiding dat basisscholen en veel ouders het probleem erkennen. Dit onderzoek is één van de eerste en meer complete wetenschappelijke onderzoeken geworden dat tegelijkertijd kijkt naar het reisgedrag van kinderen, de veiligheidsperceptie van ouders en de koppeling met het welzijn van de kinderen.

Voordelen actief reisgedrag voor welzijn van kinderen

Wat maakt actief reisgedrag zo fundamenteel in de ontwikkeling van een kind? Het stimuleren van actief reisgedrag zorgt niet alleen voor minder chaotische verkeerssituaties rondom scholen, maar ook voor gezondheidsvoordelen voor de kinderen. Wanneer kinderen vaker op een actieve manier naar school reizen, dan zijn zij ook in algemene zin meer uren per week fysiek actief (Faulkner et al., 2009). Fysieke activiteit is goed voor de conditie, het verlaagt kansen op obesitas, is goed voor het zelfvertrouwen van kinderen en levert een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van motorieke vaardigheden (o.a. Lubans et al., 2011; Martin, Goryakin & Surcke, 2014). Ook de mate waarin kinderen tevreden en positief zijn over hun trip naar school kan gezien worden als het aandeel dat de trip heeft gehad in het verhogen van subjectief welzijn (Ettema et al., 2011). Door middel van een vragenlijst is gemeten hoe tevreden kinderen waren over de trip naar school. Kinderen die met een actief vervoersmiddel naar school waren gekomen, waren ook meer tevreden over de trip naar school dan kinderen die met de auto kwamen. Bovendien werd deze relatie versterkt wanneer kinderen ook hadden aangegeven het liefste met een actief vervoersmiddel naar school te reizen. Het is dus daadwerkelijk zo dat kinderen het leuker vinden om met een actief vervoersmiddel naar school te reizen en dat dit bijdraagt aan hun subjectieve welzijn.

Sociale invloeden op reisgedrag

De eerste stap in het stimuleren van actief reisgedrag is weten welke factoren van belang zijn. Allereerst spelen ouders een belangrijke rol in de beslissing of een kind met een actief vervoersmiddel of met de auto naar de basisschool komt. Specifiek kan gezegd worden dat kinderen een grotere kans hebben om met een actief vervoersmiddel naar school te komen als ouders een positieve perceptie hebben van de veiligheid met betrekking tot de trip naar school (verkeersveiligheid, sociale veiligheid en verkeersvaardigheden van het kind). De veiligheidsperceptie van ouders is vanzelfsprekend positiever als kinderen ouder zijn, waarschijnlijk omdat kinderen dan beter zijn in het inschatten van verkeerssituaties en een beter verantwoordelijkheidsgevoel hebben. Ouders die meer tevreden zijn over de sociale cohesie in de buurt, hebben over het algemeen ook minder zorgen over de veiligheid. Dit kan te maken hebben met vertrouwen in de (sociale) veiligheid van de buurt. Een andere manier waarop het reisgedrag van kinderen kan worden beïnvloed door de ouders is via een koppeling met het reisgedrag van de ouders zelf. Wanneer ouders regelmatig met de auto naar hun werk gaan, gaan kinderen over het algemeen minder vaak een met een actief vervoersmiddel naar school. Bovendien is het aantal actieve trips van kinderen juist hoger als ouders enkele dagen per week met de fiets of te voet naar hun werk gaan.

Een andere interessante relatie binnen het sociale vlak heeft te maken met het sociale netwerk van kinderen. Naarmate kinderen meer andere kinderen in de buurt kennen, gaan zij ook vaker lopend of met de fiets naar school. Ook heeft het kennen van andere kinderen een positieve relatie met het aantal uren dat een kind per week fysiek actief is. Beide relaties zijn waarschijnlijk het gevolg van het samenzijn van kinderen. Het is niet ondenkbaar dat kinderen die elkaar kennen samen naar school mogen lopen of fietsen van hun ouders. Tegelijkertijd is het waarschijnlijk zo dat kinderen die meer contacten in de buurt hebben ook vaker buitenspelen en dus meer fysiek actief zijn.

Fysieke invloeden op reisgedrag

Ook in de bebouwde omgeving zijn er specifieke factoren die een invloedrijke rol lijken te spelen in de voorspelling van het reisgedrag van kinderen. De belangrijkste en tegelijkertijd minst verrassende factor die van invloed is op het reisgedrag naar school wanneer je het hebt over de fysieke omgeving is de afstand naar school. Logischerwijs neemt actief reisgedrag af bij een toenemende afstand tussen thuis en school. Ook de stedelijke dichtheid speelt een rol: bij hoge stedelijke dichtheid is het aantal trips met een actief vervoersmiddel lager. Dit zou kunnen komen doordat ouders en kinderen buurten met een hoge stedelijke dichtheid als chaotisch en onveilig ervaren. Een andere fysieke eigenschap van buurten waarvoor een interessante relatie kan worden waargenomen is de connectiviteit. Wanneer er een groot aantal verschillende routes naar school is (hoge connectiviteit), dan is het aantal actieve trips naar school ook hoger. Bovendien is in buurten met een hoge connectiviteit de veiligheidsperceptie van ouders hoger. Een verklaring kan zijn dat het in deze buurten mogelijk is om de meest veilige route naar school te kiezen, waardoor ouders het veilig genoeg vinden om hun kinderen met een actief vervoersmiddel naar school te laten reizen. Ook een lage connectiviteit is geassocieerd met een hogere participatie in actief vervoer naar school. Deze, in bepaalde zin omgekeerde relatie, kan verklaard worden door de aanname dat buurten met een lage connectiviteit zich over het algemeen bevinden in kleinere dorpen, waar de veiligheidsperceptie positiever zou kunnen zijn. Tot slot, met betrekking tot de fysieke invloeden, spelen voet- en wandelpaden een rol. Wanneer de kwaliteit en het onderhoud van de paden door ouders als positiever worden ervaren, dan zijn ouders ook positiever over de veiligheid met betrekking tot de trip naar school. In figuur 2 zijn alle factoren in de sociaal-ecologische omgeving van een kind die een rol spelen in het reisgedrag van kinderen weergeven.

Figuur 2: samenvatting van de sociaal-ecologische invloeden op het reisgedrag van Nederlandse basisschool leerlingen.

Handvatten voor het stimuleren van actief reisgedrag

De relevantie van het stimuleren van actief reisgedrag naar de basisschool is duidelijk, de meest invloedrijke factoren zijn uiteengezet. Maar wat kunnen scholen en gemeenten concreet doen om kinderen weer meer op de fiets te krijgen? Wat scholen, schoolbesturen en beleidsmakers zich met name zouden moeten realiseren is dat verbetering van de veiligheid een goede eerste stap naar meer actief reisgedrag is, maar niet het enige om op te focussen. Het reisgedrag van kinderen is onder andere afhankelijk van het reisgedrag van hun ouders. Dit heeft te maken met de logistiek van het woon-werk verkeer, het brengen van kinderen naar school en eventuele zorgen rondom de veiligheid. Wat scholen kunnen doen is ouders adviseren in die logistiek. Scholen kunnen hierin ideeën inbrengen, zoals het samenwerken met andere ouders in de buurt door kinderen met elkaar te laten lopen of fietsen.

Met betrekking tot de veiligheidsperceptie van ouders kan een verbeterslag gemaakt worden via sociale cohesie in buurten. Door buren meer in contact met elkaar te brengen, bijvoorbeeld in buurtcentra of bij buurtactiviteiten, kan de sociale cohesie verbeterd worden. In het bijzonder het creëren van ontmoetingspunten voor kinderen, zoals speeltuinen, zou een kansrijke strategie kunnen zijn. Het vergroten van het sociale netwerk van kinderen biedt mogelijkheden tot samen naar school reizen, meer buiten spelen en een positievere veiligheidsperceptie van ouders. Bovendien leiden gezamenlijke trips naar school tot een hogere tevredenheid met de trip.

Op het gebied van de bebouwde omgeving kenmerkt een omgeving van scholen waar meer actief wordt gereisd zich als een omgeving waar veel verschillende routes naar school mogelijk zijn. De stedelijke dichtheid moet niet te hoog zijn en fiets- en wandelpaden moeten veilig zijn en goed onderhouden worden. Dit alles kan bijdragen aan een veilige route naar school, minder zorgen bij ouders en een overzichtelijke omgeving. In het bijzonder bij de ontwikkeling van nieuwbouwwijken, waarbij gezocht wordt naar een passende locatie voor primair onderwijs, kan het interessant zijn om met deze kenmerken rekening te houden. Op die manier kan vanaf het begin af aan uitgegaan worden van actief reisgedrag.

Ten slotte is aandacht voor de tevredenheid van kinderen zelf ook veelbelovend. Kinderen blijken een voorkeur te hebben voor actief reizen en hun voorkeur kan een rol spelen in het keuzeproces van de ouders. Bovendien is er momenteel onder kinderen veel aandacht voor klimaatverandering, waar het thema actief reizen goed bij aansluit. Kinderen kunnen bijvoorbeeld op school gestimuleerd worden om meer te fietsen of lopen naar school door ze een kleine waardering zoals een sticker te geven per actieve trip. Het kan ook leerzaam zijn om in de klas te laten zien hoeveel kinderen iedere dag actief reizen en aandacht te besteden aan de voordelen hiervan. Het is een open uitnodiging aan scholen om hier een creatieve invulling aan te geven.

Uiteindelijk is het doel dat kinderen veilig van en naar school reizen, dat ze een gezonde levensstijl ontwikkelen en dat ze het leuk vinden om in beweging te zijn. Verder verdiepend en verbredend onderzoek is onmisbaar om dit mooie toekomstbeeld te behalen en in stand te houden.

 

Begeleiders afstuderen: P.E.W. (Pauline) van den Berg, A.D.A.M. (Astrid) Kemperman & E.O.D. (Owen) Waygood

 

Bronvermelding

Bronfenbrenner, U. (1979). The Ecology of Human Develpment. Experiments by nature and design. Cambridge, Massachusetts and London: Harvard University Press

Buliung, R., Mitra, R., & Faulkner, G. (2009). Active school transportation in the Greater Toronto Area, Canada: An exploration of trends in space and time (1986–2006). Preventive Medicine, 48(6), 507–512.

Cooper, A. R., Page, A. S., Foster, L. J., & Qahwaji, D. (2003). Commuting to School Are Children Who Walk More Physically Active? Am J Prev Med American Journal of Preventive Medicine, 25(4), 273–276.

Craats, van de, I. (2019). Healthy school environments: analysis of the factors influencing the travel mode to school of Dutch primary school children and its relation with parental safety perception and children’s well-being and health. Technische Universiteit Eindhoven. Verkrijgbaar via: https://research.tue.nl/en/studentTheses/healthy-school-environments

Ettema, D., Gärling, T., Eriksson, L., Friman, M., Olsson, L. E., & Fujii, S. (2011). Satisfaction with travel and subjective well-being: Development and test of a measurement tool. Transportation Research Part F: Traffic Psychology and Behaviour, 14(3), 167–175.

Faulkner, G., Richichi, V., Buliung, R., Fusco, C., & Moola, F. (2010). What’s quickest and easiest Parental decision making about school trip mode. International Journal of Behavioral Nutrition and Physical Activity, 7(1). 3-8.

Fyhri, A., Hjorthol, R., Mackett, R. L., Fotel, T. N., & Kyttä, M. (2011). Children’s active travel and independent mobility in four countries: Development, social contributing trends and measures. Transport Policy, 18(5), 703–710.

Lubans, D. R., Boreham, C. A., Kelly, P., & Foster, C. E. (2011). The relationship between active travel to school and health-related fitness in children and adolescents: A systematic review. International Journal of Behavioral Nutrition and Physical Activity, 8(1), 5.

Martin, A., Goryakin, Y., & Suhrcke, M. (2014). Does active commuting improve psychological wellbeing? Longitudinal evidence from eighteen waves of the British Household Panel Survey. Preventive Medicine, 69, 296–303.

NOS. (2015). Nog te veel ouders brengen kind met auto naar school. Verkregen 18 april, 2018, van https://nos.nl/artikel/2057603-nog-te-veel-ouders-brengen-kind-met-auto-naar-school.html

NOS. (2018). Schoolkinderen fietsen te weinig. Verkregen 18 april, 2018, van https://nos.nl/artikel/2225877-schoolkinderen-fietsen-te-weinig.html

 

Mail de redactie