Column: Weet je nog vroeger, toen dorpen nog hun eigen winkels hadden

Editie: 25.1 Retail in de periferie

Gepubliceerd op: 23 december 2017

De economie gaat goed, de welvaart stijgt, er is een nieuw kabinet. Alles kan weer. Het vliegwiel is weer in gang gezet. Consumenten geven meer uit, omzetten bij de winkeliers stijgen, de ondernemers hebben een hoger vertrouwen en zelfs de banken gaan weer beetje bij beetje financieren. Er zijn weer winkelketens die expanderen en startende ondernemers die een winkel beginnen. Krabbelen we weer voorzichtig op in winkelland? Ja op zich wel, maar zeker niet overal.


De aflopen tien jaar heeft de crisis flink huis gehouden in het winkellandschap. Audio- video zaken, fotozaken, babyzaken, computerzaken, antiekzaken en kledingzaken verdwenen meer en meer uit het straatbeeld. Het aantal winkels is behoorlijk afgenomen (4-5 procent) blijkt uit cijfers van het CBS. Toch is het aantal vierkante meters winkel niet afgenomen, maar juist gestegen. Dit betekent grotere winkels, maar ook leegstand. Er zijn winkelgebieden die heel succesvol zijn, er zijn winkelstraten die in spookstraten veranderen. De winkelmarkt laat een diffuus beeld zien.

Het is lastig te voorspellen hoe snel de trends op de winkelmarkt doorzetten, maar er is wel iets dat steeds weer terugkomt en dat is dat het succes wordt ontleend aan de dominantie van de winkelconcentratie. En daarbij hoeft helemaal niet alleen gedacht te worden aan de levendige, gezellige binnenstad. Dit kan ook prima een grijze Aldi zijn aan een doorgaande weg nabij het bedrijventerrein van een klein dorp. Als een dergelijke supermarkt qua bereikbaarheid, parkeervoorziening en aantrekkingskracht van de huurder hoog scoort kan dit nog heel lang goed werken. Het gaat om een duurzame concurrentiekracht van de winkelconcentratie of het winkelgebied en dat speelt zich af op meerdere niveaus.

Met name in de niet-stedelijke gebieden vormt de beperkte dominantie van een winkelgebied een probleem. Als de winkelconcentratie te klein is en daarmee het voorzieningenniveau te beperkt, worden bezoekers weggetrokken door de concurrerende winkelconcentratie met een hogere aantrekkelijkheid. Dat consumenten naar de dichtstbijzijnde winkel of supermarkt gaan is allang niet meer zo en dit zal in de toekomst ook steeds minder zo zijn. Door de toegenomen mobiliteit, maar ook door de hogere arbeidsparticipatie wordt het boodschappen doen en/ of het winkelen meer naar de avonduren en de weekenden verplaatst.

Urbanisatie en dus ook het verlaten van de niet-stedelijke gebieden heeft een negatief effect op een deel van deze winkelconcentraties. Als een winkelgebied niet concurrerend genoeg is en daarnaast het primaire verzorgingsgebied ook nog eens in omvang af gaat nemen, wordt het al snel lastiger. Dalende omzetten met oplopende kosten (inflatie) is voor elke ondernemer zorgwekkend.

Als ik daarnaast in een winkelstraat van een dorpskern rondloop, is het ook de hoge gemiddelde leeftijd die direct opvalt. De babyboomer of de leeftijdsgroepen daarboven voeren de boventoon. Nu is dat op zich nog positief, want zij hebben geen tijdsdruk en over het algemeen voldoende te besteden. Maar dit zijn ook de generaties waar het shoppen via internet nog maar beperkt aan de orde is. Het zou heel goed kunnen dat de generaties die nu geboren worden het winkelen niet of nauwelijks nog zullen meemaken. Winkelconcentraties die het nu al lastig hebben en het in grote mate moeten hebben van het oudere publiek, zullen het de komende jaren nog veel lastiger gaan krijgen.

Het aantal dorpen dat nu al geen winkel meer heeft, is het afgelopen jaar flink gestegen, blijkt uit onderzoek van Locatus. In kleine gemeenten (minder dan 20.000 inwoners) sloot in 2016 meer dan 8 procent haar deuren blijkt uit onderzoek van NVM. Het is de verwachting dat deze trends zullen doorzetten. Sterker nog, het is een fenomeen dat duidelijk maakt hoe het er nu voor staat. Ofwel, het is of wordt weer een dominante winkelconcentratie met de juiste branchemix, beleving om de bezoekers vast te houden en iets te bieden te hebben. Als dit niet zo is, zal de leegstand op de langere termijn verder oplopen en het voorzieningenniveau verder dalen. De dominante winkelconcentraties worden sterker, de zwakkere concentraties zullen meer en meer gaan verdwijnen. Dit zal voor een groot aantal winkeliers pijnlijk zijn en ook voor een groot aantal consumenten lastig of onhandig,. En ja dit zal eindigen in nog veel meer dorpen zonder winkels. Het is een trend die gaande is, die zich niet laat stoppen en dit zouden we wellicht ook helemaal niet moeten willen. Als we gaan winkelen moet het goed, efficient, hoogwaardig en/of een beleving zijn en de toegevoegde waarde van halflege winkelstraten zal voor de consument af gaan nemen.

Waar de voorraad van leegstaande kantoren een grote transformatieslag heeft ondergaan naar hotels en woningen, is het de vraag van morgen wat we met alle winkelmeters gaan doen. Dat er een substantieel deel van de winkelmeters gaan verdwijnen lijkt vrijwel zeker, maar is het de vraag hoe met name de niet-stedelijke gebieden een andere invulling aan deze winkelmeters gaan geven.

 

 

Mail de redactie