Lectori Salutem: Nieuwe PhD-projecten van start bij de REMD groep

Editie: 25.1 Retail in de periferie

Gepubliceerd op: 20 december 2017

PhD projecten leveren een belangrijk aandeel in het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek van een vakgroep. Zo ook bij REMD. Onlangs zijn drie nieuwe PhD-projecten gestart in de groep. In deze bijdrage van het Lectori Salutem wil ik graag de nieuwe PhD-projecten introduceren en belichten welke onderwerpen worden onderzocht en welke onderzoeksaanpak wordt gevolgd.

 


Eerst kort iets over PhD-projecten. Een PhD-project heeft als doel om een fundamentele bijdrage te leveren aan een veld van wetenschappelijk onderzoek en tegelijkertijd de PhD-kandidaat op te leiden tot zelfstandig onderzoeker. De duur van zo’n promotie-project is doorgaans vier jaar, waarbij de kandidaat voltijds werkt aan het onderzoek met hulp van een dagelijks begeleider en onder supervisie van een promotor (een hoogleraar). Een PhD-project wordt extern gefinancieerd via de zogenaamde tweede geldstroom (subsidie van het NWO) of derde geldstroom bronnen (marktpartijen zoals overheid of industrie). Het komt ook voor dat de student een beurs heeft gekregen voor het doen van een PhD-project. Het gaat dan om buitenlandse studenten, omdat Nederland dergelijke beurzen niet kent. Bij de nieuwe PhD-projecten gaat het in alle gevallen om beurs-studenten uit China. Ik zal de drie projecten nu één voor één toelichten.

De eerste PhD-kandidaat gaat onderzoek doen naar de ontwikkeling van stedelijk groen als strategie voor het klimaatbestendig maken van steden (PhD-student Jianfei Li; dagelijks begeleider Ioulia Ossokina). Bij stedelijk groen gaat het niet alleen om parken en groengebieden, maar vooral ook om het zogenaamde retro-fitting – het aanbrengen van vegetatie op daken (‘groene daken’) en / of gevels van gebouwen. Klimaatbestendigheid van steden is een urgent doel: vanwege klimaatverandering wordt de kwaliteit van leven in steden wereldwijd bedreigd door hitte stress tijdens hitte-golven en water-opvang-en-afvoer problemen bij hevige regenstormen. Stedelijk groen wordt algemeen gezien als een middel om deze negatieve gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan, doordat het verkoeling brengt en een buffer biedt voor opvang van regenwater. Er is al uitgebreid onderzoek gedaan naar fysische en ontwerp-aspecten van stedelijk groen in vastgoed voor dit doel, onder andere, binnen de eigen faculteit bij bouwfysica en architectuur. Vastgoedaspecten en, met name, de vragen wat de effecten zijn op grondprijzen en hoe financiële prikkels voor vastgoed-eigenaren zodanig kunnen worden georganiseerd dat deze oplossingen aantrekkelijk worden, zijn nog veel minder onderzocht. Ook met betrekking tot de ruimtelijke inpassing in bestaande stedelijke structuren en concurrentie met andere ruimtebehoeften (wonen, kantoren, winkels, etc) zijn er nog veel vragen voor onderzoek. In het PhD-project zal daarom onderzoek worden gedaan naar effecten op grondprijzen en ‘incentive schemes’, en zal een landgebruik model worden ontwikkeld om groen-strategieën te ontwikkelen binnnen bestaande stedelijke structuren.

Het tweede project richt zich op nieuwe woonconcepten voor ouderen en meer specifiek op de vraag in hoeverre zogenaamde cohousing concepten aansluiten bij behoeften en voorkeuren van senioren (PhD-student Wenqi Zhang; dagelijkse begeleiders Ioulia Ossokina en Pauline van den Berg). Cohousing concepten staan sterk in de belangstelling. In Nederland zijn al in tientallen gemeenten projecten gestart en ook in andere Europese landen krijgt dit veel aandacht. Kenmerk van dit concept is de aanwezigheid van gemeenschappelijke ruimtes (bijvoorbeeld ontmoetingsruimten) en gedeelde voorzieningen in een woonblok naast privé woonruimten. Hoewel niet specifiek voor ouderen, is het concept interessant voor deze groep omdat het sociale verbondenheid, wederzijdse hulp en ondersteuning van bewoners en woonkostenbesparingen (betaalbaarheid) kan bevorderen. Ontwerpconcepten kunnen op een continuüm worden geplaatst op basis van de mix van privé- en gedeelde ruimten en voorzieningen. Er is nog weinig bekend over de woonvoorkeuren van ouderen wat betreft de positie op dit continuüm en in hoeverre cohousing daadwerkelijk oplossingen biedt voor sociale inclusiviteit, sociale ondersteuning en betaalbaarheid. In dit onderzoek zullen deze vragen worden onderzocht. Dataverzameling via surveys naar zowel ervaringen en bevindingen als woonvoorkeuren onder ouderengroepen zal onderdeel uitmaken van het project.

Het derde project richt zich op de leefbaarheid van buurten en met name de wandelvriendelijkheid (‘walkability’) van woonomgevingen (PhD-student Bojing Liao; dagelijkse begeleider Pauline van den Berg). De centrale vraag in het project is ‘wat is de invloed van stedelijke ontwerpkenmerken op de aantrekkelijkheid van de woonomgeving voor lopen en wandelen en in hoeverre draagt wandelvriendelijkheid bij aan de kwaliteit van leven van bewoners?’. Uit eerder onderzoek is bekend dat de inrichting van de gebouwde omgeving een belangrijke invloed heeft op aantrekkelijkheid van lopen, zowel voor transport als recreatieve doelen. Ook zijn al in talloze studies de positieve effecten van actief transport (lopen of fietsen) en fysieke activiteit in de directe woonomgeving op gezondheidsaspecten zoals lichaamsgewicht en hart- en bloedvaten aangetoond. Valkuil bij deze onderzoeken is het zogenaamde zelf-sorteer effect, waarbij het de vraag is of het gedrag (frequent lopen) daadwerkelijk het gevolg is van de kenmerken van de omgeving (walkability) of, omgekeerd, dat mensen die fysiek actief zijn juist kiezen om te gaan wonen in omgevingen die dat ondersteunen. Verder is nog weinig bekend over in hoeverre wandelbaarheid sociale cohesie en gevoel van veiligheid bij bewoners bevordert. Dit onderzoek beoogt deze methodologische en inhoudelijke leemtes te vullen om zo een verdere impuls te bieden voor het creëren van gezonde leefomgevingen.

De drie projecten richten zich zo op verschillende aspecten van duurzaamheid en gezondheid van de gebouwde omgeving op schaalniveaus variërend van de woning (project 2), de buurt (project 3) en de stad (project 1). Dit is in lijn met het accent dat de REMD groep in onderzoek en onderwijs wil leggen. Methodologisch ligt de nadruk op gedragsonderzoek, kwantitatieve methoden van onderzoek en toepassing van grootschalige modellen. De projecten zijn nog maar net gestart. We hopen in de nabije toekomst resultaten van het onderzoek te kunnen rapporteren die een verschil maken voor zowel de vastgoedpraktijk als het onderzoek.

Mail de redactie