Een ode aan alle leden, docenten en betrokkenen van SERVICE

Editie: 25.3 The Big Five

Gepubliceerd op: 05 juni 2018


Ir. S.J.E. Maussen
Ik ben al 25 jaar op de universiteit werkzaam, variërend van fulltime tot nu parttime. Een aantal leuke herinneringen dank ik aan de (buitenlandse) excursies met studenten. Ook de BBQ die hoogleraar Willem Keeris thuis organiseerde voor studenten van SERVICE was een jaarlijks terugkerend hoogtepunt waar iedereen zich ieder jaar op verheugden. Hier was altijd meer dan voldoende
eten en drinken aanwezig. De meest bijzondere herinneringen bewaar ik aan het feit dat ik hier al 25 jaar werk. Door de combinatie van wetenschap en praktijk is het voor zowel de student als mijzelf een meerwaarde. Ik kom steeds meer afgestudeerden in de praktijk tegen bij andere bedrijven en krijg hierdoor de bevestiging dat de brede opleiding door het bedrijfsleven gewaardeerd wordt. De meeste waarde hecht ik aan leuke collega’s waarmee je ieder jaar weer enthousiast de studenten kan begeleiden die geïnteresseerd zijn in het vakgebied. Belangrijke ontwikkelingen die de faculteit in de 25 jaar heeft doorgemaakt is de verhuizing van het hoofdgebouw naar Vertigo. Dit was meteen een verschuiving van gesloten naar open onderwijs. In het begin van mijn carrière was er meer contact tussen studenten en docenten. Enerzijds omdat de studeerbaarheid (lees tijd) niet het leidmotief bij studeren was maar meer het onderwerp en de verdieping. Aan de andere kant zie ik dat de student nog altijd de ‘wereld wil verbeteren’ en dat studenten die het vak leuk vinden een plezier zijn om te begeleiden. Een ontwikkeling die aansluit bij mijn visie is dat de faculteit de gebruiker van de gebouwde omgeving centraal stelt en niet het product. Een negatieve ontwikkeling van de laatste jaren is dat de kwaliteit van het onderwijs onder druk staat door de studentenaantallen, tijdsdruk en studeerbaarheid: We moeten er gezamenlijk (docent en student) voor waken dat we ons nog bezig houden met de inhoud van ons o zo leuke en uitdagende vakgebied en niet met teveel administratieve zaken.

Ir. M. van der Spank
Mijn functie binnen SERVICE was het penningmeesterschap in het jaar 2011- 2012. Ik ben twee jaar actief geweest binnen SERVICE, het jaar nadat ik penningmeester ben geweest heb ik me nog een jaar beziggehouden in de studiereis-commissie richting Moskou en Sint-Petersburg. Eigenlijk ben ik van 2010 t/m 2013 actief geweest met activiteiten en studiereizen. Gedurende deze tijd hebben we flink gesneden in de kosten voor het magazine, iets wat gewoon noodzakelijk was midden in de crisistijd. Ook hebben we de naam SERVICE geïntroduceerd i.p.v. dat veel te speelse SerVicE. Technologische veranderingen die daarbij horen waren het digitale ledenbestand en de koppeling met de website zodat iedereen zelf zijn gegevens kon gaan bijhouden en lid kon worden. Daarnaast hadden we de website een flinke make-over gegeven, maar de huidige lay-out en functionaliteit overklast met gemak hetgeen wij toen hadden gerealiseerd. Wat er al die jaren hetzelfde moet zijn gebleven is dat er altijd wel een mooie groep is die over meerdere jaren zich met veel plezier inzet voor SERVICE. En dat er dan door de activiteiten en mondelinge reclame altijd weer een nieuwe groep opstaat. Ik heb dat ook nog goed contact met oud-bestuursleden. Wij als bestuur gaan ieder jaar wel een keertje eten en met degenen in de besturen om die van mij heen zitten nog enkele vrienden van me. Een mooie anekdote gaat over Nick Peters. Hij kon na een nacht stappen in Singapore écht niet naar huis, waardoor hij uiteindelijk om 7 uur terug bij het hostel was, waar de vroege vogels al aan het douchen waren voor een nieuwe dag bedrijven bezoeken. Nick deed snel hetzelfde en heeft zich die dag nog prima wakker weten te houden. Dat is toewijding!

Dr. Ir. H.A.J.A. Appel-Meulenbroek
Ik was actief binnen SERVICE gedurende de eerste jaren na de oprichting. De functiescheiding was niet zo sterk als nu. We deden veel met z’n allen, waaronder ook het magazine. Maar specifiek zat ik in de redactie en hielp ik met de administratie en post. Voor het magazine namen wij toen ook regelmatig interviews af die we zelf uitschreven tot een artikel. Ik was mijn hele specialisatie- tijd actief in het meegaan met excursies en studiereizen, in totaal een ongeveer drie jaar. In het bestuur heb ik denk ik zo’n 1,5 jaar gezeten. We wisselden toen individueel als iemand eruit wilde, dus niet met het gehele bestuur en niet noodzakelijk na een jaar. Gedurende deze jaren was de relatie tussen de faculteit en SERVICE close: hoogleraar Willem Keeris heeft SERVICE altijd een warm hart toegedragen en zoveel mogelijk geholpen bij de professionalisering die het blad binnen een paar jaar wist te bereiken. Er waren maar drie vastgoeddocenten die al het onderwijs verzorgden en kleine groepen studenten, dus iedereen kende elkaar goed. Ik heb nog af en toe contact met twee oud-bestuursleden over mogelijke samenwerking qua afstudeeronderwerpen of gastsprekers in mijn onderwijs. De computer begon destijds net in te raken voor onderwijs op de TU/e. Studenten hadden meestal geen computer thuis. Speciaal voor afstudeerders had de faculteit een kamertje met een vijftal computers en één zwart-wit en één kleurenprinter. Daar kon je dus aan je scriptie werken en de eindversie printen. Deze moest je dan weer elders gaan inbinden. Andere werkstukken gedurende de opleiding werden vooral nog met de hand geschreven. Ook was er het zogeheten ‘rekencentrum’ waar wel vijftig computers stonden, die je voor een uur kon reserveren tegen een kleine vergoeding. Wat al die jaren hetzelfde is gebleven is de opzet van de studiereis. Het is nog altijd dezelfde leuke mix van vakinhoudelijke presentaties, toeristische bezienswaardigheden en veel feest.

drs. ir. J.M.P. van Rooij MBA MRICS
Binnen ServicE_ was ik actief met het organiseren van studiereizen, heb ik bestuursjaren gedaan (1999 tot en met 2002) en ben ik altijd meegegaan met activiteiten vanaf 1998. Ik besteedde 50 procent van mijn tijd aan mijn studie Bouwkunde, 30 procent aan de studie International Economics and Finance aan de Universiteit van Tilburg, 10 procent aan ServicE_ en 10 procent aan nevenwerkzaamheden. Organisatorisch traden er enkele veranderingen op de universiteit op. Zo verhuisde Bouwkunde naar Vertigo, vertrok professor Keeris en bezocht Gordon Brown de universiteit. Ook was het internet in opkomst, wat ervoor zorgde dat Messenger ontstond en dat steeds meer studenten rondliepen met mobiele telefoons. Mijn mooiste anekdote, is de studiereis in Barcelona. Professor Keeris dronk iedereen onder de tafel en zelfs de studenten konden hem niet bijhouden!

Ir. A.W.J. Borgers
Ik ben in september 1978 begonnen met mijn studie Bouwkunde aan de Technische Hogeschool Eindhoven, ofwel de THE. In tegenstelling tot de meeste andere studenten kwam ik niet om architect te worden. Ik kwam voor wat toen ‘Stedebouwkundige Planologie’ werd genoemd. In oktober 1983 ben ik afgestudeerd en daarna ben ik hier blijven hangen. Mijn eerste projectje ging over winkelende voetgangers in het centrum van Maastricht. Na 35 jaar ben ik nog steeds met dit onderwerp (‘Pedestrian behaviour in downtown shopping centres’) bezig. De faculteit heeft allerlei ontwikkelingen meegemaakt. Zo zijn er altijd schommelingen in het aantal studenten, van lage aantallen nieuwkomers tot grote aantallen. Ook op financieel gebied zijn er al eerder zware tijden geweest, net zoals nu. Het onderwijs is daarnaast over de jaren heen veel strakker georganiseerd, mede door de introductie van de bachelor/master structuur en het Bachelor College en de Graduate School. Toen ik studeerde hadden we semesters, daarna hebben we een tijd trimesters gehad en nu hebben we weer semesters (met kwartielen). Deze veranderingen hebben veel invloed op het onderwijs zelf gehad. Vakken en projecten verdwenen, werden samengevoegd en geactualiseerd. Daarbij is bij de vakken een verschuiving te zien van hoorcolleges naar ´doe´-colleges. Ook is al het onderwijs inmiddels volledig Engelstalig. Het ‘Eindhovense model’ – dat staat voor een breed georiënteerde opleiding – is nog steeds actueel. Het onderzoek binnen de faculteit is enorm in omvang gegroeid. Dat heeft ook invloed op het onderwijs, met name de afstudeerprojecten. Meestal gaat het om veranderingen die op dat moment logisch zijn. Er is dus altijd wel iets gaande binnen de faculteit, en dat brengt soms gedoe met zich mee. Ondanks de veranderingen die ervoor zorgen dat er niets meer echt bijzonder is binnen de faculteit, is het natuurlijk altijd leuk om een keer de prijs ‘Best tutor’ te winnen!

Dr. Ir. A.G.W.J. Proveniers
Ik ben in september 1971 gestart met de Bouwkunde opleiding aan de Technische Hogeschool Eindhoven (Later pas: TUE; TU/e), die nog in het Paviljoen zat. In de jaren zeventig heerste daar nog een relaxte en sociaal-maatschappelijk gedreven sfeer. Het Paviljoen heeft groene binnenhofjes. Incidenteel zaten daar kippen en konijnen en zomers werden tafels en stoelen door grote openstaande ramen naar buiten gedragen en zat je daar op de binnenhofjes projectwerk te doen. Na een aantal student-assistentschappen kreeg ik eind jaren zeventig een ambtelijke aanstelling als ‘bestuurs-ondersteuner’. Vergelijkbaar met afgelopen jaren, verkeerde toen de Bouwkunde-faculteit – door een economische crisis – eveneens in zwaar weer. Ik had mijn tussencolloquium gehouden en zat dus in het laatste half jaar van mijn afstuderen. Ik vond het organisatorisch en bestuurlijk vreselijk interessant. Zó interessant, dat het afstuderen toen nog vele jaren op zich liet wachten. Er kwam opnieuw een mogelijkheid binnen mijn tweede interessegebied: organisatie en bestuur: het medevormgeven van bouwkunde onderwijsprogramma’s, van een vierjarige bouwkunde-opleiding naar een vijfjarige opleiding, verroosteringen, van een semestersysteem naar een bouwkunde trimestersysteem, onderwijsvisitaties, Bouwkunde Erasmus-uitwisselingsprogramma’s, etc. Door de eigen ervaringen uit de jaren zeventig en goede samenwerking met door de wol geverfde collega’s, kreeg ik zo rond 2000 het gevoel dat alle opties wel een keertje de revue waren gepasseerd. Het eerstejaars atelierwerk boeide mij zo zeer dat ik er uiteindelijk op ben gepromoveerd en er vervolgens – aangevuld met ander projectwerk – nog dagelijks mee bezig ben tot aan het bereiken van de pensioengerichte leeftijd, eind april 2018. Met veel genoegen kijk ik terug op de Buitenlandse Studiereizen van SERVICE. Zeer boeiend en verdiepend om te ontdekken en ervaren dat de ruimtelijke ordening en organisatie van Vastgoed ook anders kan. Aangenaam vermoeiend: het Koning-Kroningsfeest, woestijn en strand, nachtelijk street dancing en de karaoke, waar de met bierplassen bezaaide glazen dansvloer mij letterlijk te veel werd. Afsluitend: De Universiteit is een zeer innovatieve omgeving, die vele uitdagende mogelijkheden biedt. Belangrijk is dat je ruimte en tijd neemt en krijgt om hier actief op in te spelen. Het lijkt erop dat in het huidige TU/e onderwijsprogramma deze tijd/ruimte steeds minder aanwezig is. De student holt van hot-naar-haar om allerlei mini-competenties te scoren, voortkomend uit assignments, rubrics, time-tables, et cetera. Alles keurig in het gelid. Maar ongeacht tijdgebonden omstandigheden, de uitdaging blijft voor alle generaties hetzelfde: het vinden van het pad dat bij jou persoonlijk past.

Mail de redactie