Investeren in gezondheid van gebouwen loont

Editie: 25.2 De Nederlandse mainportregio's

Gepubliceerd op: 04 april 2018

Ziekteverzuim in Nederland kost de maatschappij jaarlijks 11,5 miljard euro. Dat is 4 procent van de totale loon­kosten. Natuurlijk zijn er veel oorzaken aan te wijzen voor ziekte­verzuim. Een belangrijke reden is het werken in een ‘ongezond’ gebouw. Dutch Green Building Council vraagt sinds een aantal jaren daarom aandacht voor gezonde gebouwen.


Dutch Green Building Council zet zich als onafhankelijke stichting in voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Aandachtspunt is daarbij energiereductie. Logisch, in het Klimaatakkoord staan harde afspraken om de CO2-uitstoot te reduceren. De gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor bijna 40 procent van de uitstoot. Er ligt dus een enorme uitdaging die uitstoot terug te dringen.

Energie versus gezondheid
Toch is de incentive om iets aan die reductie te doen, los van de bijdrage die daarmee wordt geleverd aan het behalen van de klimaatdoelstellingen, niet heel groot. Ga maar na: voor een gemiddeld bedrijf zijn de energiekosten ongeveer 1 procent van de totale bedrijfskosten, 9 procent is voor de huur van het pand en de overige 90 procent zijn de personeelskosten.
Energiekosten zijn dus verwaarloosbaar in vergelijking met die personeelskostenpost. Dat maakt duurzaam denken over gebouwen over de boeg van
de gezondheid van medewerkers bijzonder impactvol. Door de medewerker centraal te stellen in de verduurzamingsopgave in de gebouwde omgeving, kan veel winst worden behaald. Bovendien helpen de investeringen in gezondheid in bepaalde gevallen ook mee aan de energiezuinigheid van een gebouw.

Acht gezondheidsonderwerpen
Gezondheid in gebouwen valt uiteen in een achttal onderwerpen: luchtkwaliteit, thermisch comfort, daglicht, geluid en akoestiek, interieur, uitzicht, look & feel en locatie.

Luchtkwaliteit
Luchtkwaliteit heeft een grote invloed op het welzijn en productiviteit van medewerkers. Het kan zelfs leiden tot luchtwegaandoeningen en andere ziekten. De bron hiervan ligt met name in slechte ventilatie en de verdamping van vluchtige organische stoffen (VOC-emissies) uit bijvoorbeeld meubels, vloeren, schoonmaakmiddelen en bouwmaterialen.

Er is veel onderzoek gedaan naar luchtkwaliteit en de effecten daarvan op gezondheid, welzijn en productiviteit. Het onderzoek ‘Linking Energy to Health and Productivity in the Built Environment’ uit 2003 liet het verband zien tussen betere luchtkwaliteit en verhoogde ventilatie. Gerichte aanvoer van frisse lucht bij werkplekken en verlaagde niveaus van veront­reinigende stoffen en een verhoogde productiviteit tot 11 procent. Een meta-analyse uit 2006 van 24 studies toonde aan dat slechte luchtkwaliteit de productiviteit verlaagde tot wel 10 procent.

Veel experts zijn van mening dat in de meeste gevallen de combinatie van zowel een klimaatbeheersings­systeem als natuurlijke ventilatie de beste oplossing is voor een optimale balans tussen energieverbruik, kwaliteit in klimaat en luchtkwaliteit. Een uitgebreide analyse van Carnegie Mellon uit 2004 toonde aan dat natuurlijke ventilatie of een multimodaal-systeem kan zorgen voor een verlaging van de zorgkosten van 0,8 tot 1,3 procent, een productiviteitsverhoging van 3 tot 18 procent met tegelijkertijd een energiebesparing op het klimaatsysteem van 47 tot 79 procent bij een Return on Investment een van ten minste 120 procent.

“Slechte luchtkwaliteit verlaagt de productiviteit tot wel 10%”

Thermisch comfort
Thermisch comfort is een belangrijk onderdeel van het binnenklimaat. Thermisch comfort (behaaglijkheid) wordt uitgedrukt in de mate waarin men tevreden is over het thermisch binnenklimaat. Het thermisch binnenklimaat bestaat uit vier basisparameters: de lucht­temperatuur, de gemiddelde stralings­temperatuur, luchtvochtigheid en luchtsnelheid, en twee persoonlijke parameters: kleding en activiteitniveau. Als alle genoemde parameters ‘in orde’ zijn, is er een grote kans dat men zich thermisch comfortabel zal voelen. Hoewel meting van de effecten op productiviteit van thermische parameters problematisch is, blijkt uit de meeste studies dat matig hoge temperaturen minder goed worden verdragen dan lagere temperaturen. Een analyse uit 2006 geeft de relatie aan tussen te hoge of te lage temperatuur en productiviteit: vanaf 25 graden Celsius gaat de productiviteit met 2 procent omlaag voor elke graad die omhoog gaat, onder de 20 graden Celsius treedt een vergelijkbaar effect in de prestaties op en tussen de 20 en 25 graden Celsius is de productiviteit optimaal.

Verlichting
Goede verlichting is cruciaal voor medewerkers. Een neurologische studie van Chueng uit 2013 laat een sterk verband zien tussen slaapkwaliteit en daglichtblootstelling. Kantoorgebruikers met een werkplek dicht bij een raam ontvingen tijdens kantooruren 173 procent meer licht en sliepen gemiddeld 46 minuten per nacht langer dan gebruikers met een verder van het raam gelegen werkplek. Kantoorgebruikers met minder daglicht lieten daarnaast ook slechtere scores zien op gebied van vitaliteit, slaapkwaliteit, slaapefficiëntie en slaapverstoringen. In een studie uit 2011 van Elzeyadi werd de relatie tussen uitzicht en daglicht en ziekteverzuim onderzocht. Gezamenlijk bleken uitzicht en daglicht statistisch significant 6,5 procent van de variatie in het ziekteverzuim te verklaren.

“Kantoorgebruikers met een werkplek dicht bij een raam slapen ’s nachts beter”

Akoestiek
In een productieve werkomgeving is er een goede balans gevonden tussen privacy en communicatie. Daarom is het belangrijk de juiste akoestiek te bepalen die aansluit bij de mens, activiteit en ruimte. De grootste storingsfactor binnen kantooromgevingen is echter een slechte akoestiek en dit heeft volgens onderzoek de sterkste relatie met productiviteitsverlies. Onderzoek van Roelofsen uit 2007 toont aan dat mensen in een stille ruimte 16% beter presteren bij geheugentesten en bijna 40 procent beter bij rekentesten dan in een kantoortuin met 65 decibel achtergrondgeluid.

“Mensen in een stille ruimte presteren beter bij geheugen- en rekentesten”

Interieur
Verschillende onderzoeken die gebundeld zijn het rapport Gezondheid, Welzijn en Productiviteit in kantoren van DGBC uit 2016 laten zien dat het interieur van een werkomgeving effect heeft op de concentratie, samenwerking, vertrouwelijkheid en creativiteit. Dit heeft weer direct effect op de gezondheid, het mentale welbevinden en de cognitieve prestaties van werknemers. Een aantal onderwerpen op interieurgebied kunnen een bijdrage leveren aan het welzijn van medewerkers, bijvoorbeeld ‘ownership’, dat zoveel betekent als dat werknemers zelf invloed kunnen uitoefenen op hun werkomgeving. Flexibel meubilair, verschillende werkplek-typologieën, controle over het binnenklimaat en personalisatie van de werkomgeving geven werknemers een gevoel van empowerment en autonomie.
Een ander onderwerp is verbondenheid; door een omgeving te creëren die intieme, persoonlijke gesprekken en gemeenschappelijke, plezierige activiteiten faciliteert, wordt het gevoel verhoogd dat mensen zich begrepen en gewaardeerd voelen. Ook de diversiteit in materialen, texturen, vormen en kleuren is een belangrijke factor voor het creëren van comfort; verrassingselementen en speelsheid in een interieur kunnen leiden tot sociale interactie met collega’s, meer fysieke activiteit en inspirerende ervaringen.

Beweging is een volgend onderwerp. Beweging heeft een positieve invloed op de cognitieve capaciteiten, algemene gezondheid en stemming; een tekort aan beweging hangt zelfs samen met een kortere levensverwachting. Aandacht voor beweging in een werkomgeving kan derhalve het energieniveau verhogen, de bloedsomloop activeren en de kans op obesitas, stress en depressie verminderen. Verder is ontspanning belangrijk; als medewerkers zich kunnen ontspannen, heeft dit positieve effecten op het psychologische welzijn, de fysieke gezondheid, cognitie en productiviteit. Ontspanning in een interieur kan onder andere bereikt worden door ruimtes te creëren voor yoga en meditatie of bezinningsplekken, zoals bijvoorbeeld niches of een open haard.

Uitzicht
We zitten steeds langer in gebouwen achter beeldschermen. De behoefte aan fijn uitzicht neemt daarmee ook toe. Uitzicht helpt de ogen te ontspannen en opnieuw te focussen. Het voorkomt prikkende ogen, vermoeidheid en hoofdpijn. De positieve invloed van uitzicht is nauw verbonden met de beschikbaarheid van daglicht. Licht beïnvloedt de biologische klok, die weer de prestaties van de mensen beïnvloedt. Ook belangrijk is de kwaliteit van het uitzicht. Ideaal gezien is het uitzicht ver en esthetisch prikkelend. Met uitzicht op natuurlijke elementen zoals water, groen en lucht voelen mensen zich het prettigst.

Look & Feel
De ‘Look & Feel’ van een kantoor is niet enkel een kwestie van smaak, maar kan op een positieve manier bijdragen aan ons gevoel van welzijn, comfort en effectiviteit in een werkomgeving. Hier is echter niet veel onderzoek naar gedaan. Er zijn aannames, bijvoorbeeld een onderzoek van Wright uit 2010 (Color Psycology) die gebaseerd zijn op het idee van een instinctieve reactie op onze omgeving. Zo zou ‘groen’ ons herinneren aan de aanwezigheid van water en leven en verkiezen wij ronde en zachte vormen boven scherpe en harde vormen vanwege een gevoel van gevaar.

Locatie
Een laatste onderwerp dat een sterke relatie heeft met gezondheid van gebouwen is de locatie. De locatie van het gebouw heeft grote invloed op de beleving en het gedrag van de gebouwgebruikers. Daarmee kan de locatie sterk bijdragen aan de prestaties van het bedrijf. Beschikbare voorzieningen voor werknemers, zoals winkels, restaurants, gezondheidszorg, sport­faciliteiten en ontspanning, staan op de vierde plaats als het gaat om het maken van een keuze voor de locatie van een kantoor. De keuzemogelijkheden voor dagelijks woon- en werkverkeer, reistijd en complexiteit van verkeer en vervoer hebben grote invloed op het stressniveau, welbevinden en de productiviteit van werknemers. Zo zorgen bijvoorbeeld wandelen en fietsen voor een verbetering van de gezondheid van werknemers.

Aan de slag met gezondheid
Inmiddels heeft de markt het thema gezondheid omarmd. Er zijn verschillende methodes ontwikkeld om met gezondheid in de gebouwde omgeving aan de slag te gaan. Zo is er bijvoorbeeld de Leesman-methode; die meet de effectiviteit van gebouwen en werkomgevingen. Ook bestaat de BUS Methodology, een al wat oudere methode die middels een enquête verschillende gezondheidsthema’s behandelt. Verder is er de Well Building Standard, een bouwstandaard met de focus op gezondheid. Deze standaard is erg in opkomst. In de 4B-methode zijn alle componenten voor fysiologisch en psychologisch samengevoegd.

Om de invloed van werkomgevingen op de productiviteit en de gezondheid van werknemers te onderzoeken, is er de D/Science Interior Quality Index (DIQI). De D/Science Interior Quality Index (DIQI) levert een objectief omgevingsprofiel op, dat de kwaliteit van een omgeving bepaalt aan de hand van tien dimensies. Als laatste, bestaat er BREEAM-NL. Dat is in Nederland dé duurzaamheids­methodiek om de duurzaamheidsprestaties van gebouwen mee te beoordelen. Een van de onderdelen waarop gebouwen worden beoordeeld, is gezondheid.

Een gezonde maatregel is een duurzame maatregel
Wanneer de bouw- en vastgoedsector deze methodes ter hand zou nemen of op zijn minst de principes van deze systemen zou gebruiken, worden gebouwen in Nederland nog ‘gezonder’. Daardoor worden de werkomstandigheden voor gebruikers beter, stijgt de productiviteit en het welbevinden van de medewerkers en daalt tegelijkertijd het ziekteverzuim. Dat is goed voor de bedrijfsresultaten en in de meeste gevallen ook voor het klimaat. Immers, een gezondheidsmaatregel is vaak ook een duurzame maatregel.

Bronvermelding
Dutch Green Building Council (2015) Gezondheid, Welzijn & Productiviteit in Kantoren.

Loftness V. Hartkopf V. and Gurtekin B. (2003) “Linking Energy to Health and Productivity in the Built Environment: Evaluating the Cost-Benefits of High Performance Building and Community Design for Sustainability, Health and Productivity,” USGBC Green Build Conference, 2003.

Wargorcki P. (ed.) Seppänen O. (ed.) Andersson J. Boerstra A. Clements-Croome D. Fitzner K. Hanssen SO. (2006) REHVA Guidebook: Indoor Climate and Productivity In Offices

Brager G. Zhang H. Arens E. (2015) Evolving opportunities for providing thermal comfort. Building Research & Information 43 (3).

Boerstra AC, Loomans MGLC, Hensen JLM (2014) Personal control over indoor climate and productivity.

Chueng I. (2013) “Impact of workplace daylight exposure on sleep, physical activity, and quality of life.”

Elzeyadi I. (2011) Daylighting-Bias and Biophilia: Quantifying the Impact of Daylighting on Occupant Health.

Roelofsen,C.P.G.,(2007)Prestatieverliesinopenkantoorruimtendoorlawaai,TVVLMagazine5/2000

Lee, S.Y. & Brand, J.L. (2005). Effects of control over office workspace on perceptions of the work environment and work outcomes. Journal of Environmental Psychology, 25, 323-333.

Bill Browning, Chris Garvin, Catie Ryan, Namita Kallianpurkar, Leslie Labruto, Siobhan Watson, Travis Knop (2015), The Economics of Biophilia: Why designing with nature in mind makes financial sense

Wright A. (2010) Color Psychology (Colour Affects System).

KPMG (2012) Groen, gezond en productief.

Mail de redactie