Casestudy: Westergasfabriek Amsterdam

Editie: 24.2 - Herontwikkeling van voormalige industrielocaties

Gepubliceerd op: 22 maart 2017

Het Cultuurpark Westergasfabriek in Amsterdam is een belangrijk voorbeeld van herontwikkeling van industrieel erfgoed in Europa. Een prachtig complex van monumentale gebouwen werd gerestaureerd en van nieuwe culturele functies voorzien. De sterk verontreinigde buitenruimte werd getransformeerd tot een modern stadspark. Voor wie de voormalige gasfabriek voor het eerst bezoekt lijkt het alsof de gebouwen na een eeuw industrieel gebruik nu pas hun definitieve bestemming gevonden hebben. Ooit gebouwd voor de productie van stadsgas bleef de fabriek decennia lang ontoegankelijk: de hitte van brandende steenkool en de stank van het zuiveren van het gas hielden eventuele bezoekers op afstand. Nu baden de gebouwen in het licht, zijn er overal mensen en gebeurt er elke dag iets nieuws.


Evert Verhagen was vanaf 1990, eerst als sectorhoofd Stadsdeelwerken en later als Projectmanager Westergasfabriek verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de Westergasfabriek, in dienst van de Gemeente Amsterdam. In 2005 startte hij zijn eigen bedrijf Creative Cities van waaruit hij in de gehele wereld adviseert op het gebied van herontwikkeling van (hoofdzakelijk) industrieel erfgoed.

 

Het Cultuurpark Westergasfabriek in Amsterdam is een belangrijk voorbeeld van herontwikkeling van industrieel erfgoed in Europa. Een prachtig complex van monumentale gebouwen werd gerestaureerd en van nieuwe culturele functies voorzien. De sterk verontreinigde buitenruimte werd getransformeerd tot een modern stadspark. Voor wie de voormalige gasfabriek voor het eerst bezoekt lijkt het alsof de gebouwen na een eeuw industrieel gebruik nu pas hun definitieve bestemming gevonden hebben. Ooit gebouwd voor de productie van stadsgas bleef de fabriek decennia lang ontoegankelijk: de hitte van brandende steenkool en de stank van het zuiveren van het gas hielden eventuele bezoekers op afstand. Nu baden de gebouwen in het licht, zijn er overal mensen en gebeurt er elke dag iets nieuws.

Geschiedenis
De gasfabriek werd aan het eind van de 19e eeuw gebouwd. Het gas werd in eerste instantie gebruikt voor de stadsverlichting. Industriële toepassingen evenals het gebruik van het gas om te koken of het huis te verwarmen volgden pas later.

Toen in de jaren zestig van de vorige eeuw in Nederland het aardgas gevonden werd, konden de gasfabrieken de deuren sluiten. Alleen als distributiecentra bleven ze bestaan. Deze functie hebben ze vandaag de dag nog. Alle gebouwen die niet voor opslag konden worden gebruikt, werden onmiddellijk gesloopt. Met het behoud van monumenten was men in de jaren 60 van de vorige eeuw nog niet echt bezig.

Pas in 1992 zou het Energiebedrijf definitief van het terrein vertrekken en konden de hekken opengezet worden. Maar wel heel voorzichtig. De bodem was door de gasfabricage sterk verontreinigd. De gebouwen die er nog stonden werden op de Rijksmonumentenlijst geplaatst. Er was echter niemand die wist wat je er mee kon doen. Er moest een park komen, dat was al voor de bouw van de gasfabriek besloten. Buurtbewoners spraken daarom hun voorkeur uit voor sloop, hoe minder gebouwen hoe meer park was hun redenering. De gevestigde culturele instellingen vonden de Westergasfabriek te ver weg. Dat had weinig te maken met de fysieke afstand, het kwam vooral omdat men er nog nooit geweest was. De verantwoordelijkheid voor het project werd ondergebracht bij het net opgerichte stadsdeel. Wij mochten de oplossing verzinnen.

Tijdelijk gebruik
Aan de andere kant van de Haarlemmertrekvaart, het kanaal waaraan de Westergasfabriek gelegen is, bevindt zich de Staatsliedenbuurt. In de jaren 80 was deze buurt uitgegroeid tot een van de belangrijkste krakersbolwerken. Er was geen plan voor de sanering, de gebouwen moesten een nieuwe invulling krijgen en er moest een park komen. Vooral om tijd te kunnen winnen voor het maken van een goed plan werd besloten de gebouwen tijdelijk te gaan verhuren. Zo konden ze niet gekraakt worden terwijl de kunstenaars en andere creatieve ondernemers er wellicht toch nog wat leuks mee konden doen. Het bleek een gouden greep. Het begrip “creatieve bedrijvigheid” werd hier uitgevonden.

Creatieve bedrijvigheid
Een van de Zuiveringshallen werd verhuurd om de decorstukken van regisseur Peter Greenaway in op te slaan. Onder de eerste huurders was ook het Holland Festival. Ze waren ook de eersten die ons er van overtuigden dat grote lege industriële gebouwen de toekomst hadden. Theatermakers waren klaar met de meestal veel te kleine podia en op zoek naar de vrijheid van ruimte. Het Holland Festival zou veel bijzondere producties op de Westergasfabriek organiseren, zoals de Opera Antigone en het Helikopter Strijkkwartet van Karl Heinz Stockhausen. Toneelgroep Amsterdam besloot haar theater naar de Westergasfabriek te verplaatsen. Er werd ook aan grote commerciële partijen verhuurd. Cirque du Soleil, toen alleen nog bekend in Canada, besloot er haar Europese hoofdkantoor te vestigen. In de Gashouder werd in het Paasweekeinde van 2007 een house party gehouden. Rocco Veenboer noemde het feest toepasselijk Awakenings. Het groeide uit tot een traditie.

Het tijdelijke gebruik genereerde gelukkig inkomsten, maar wat nog veel belangrijker was: we leerden wat we op het terrein en in de gebouwen wel en niet konden doen. We leerden hoe de publieksstromen werken. We overlegden met de organisatoren van festivals die zowel in als buiten de gebouwen plaatsvonden en deden er ons voordeel mee. Zo werd het hele terrein van glasvezel voorzien. Waardoor de Westergasfabriek voor heel veel omroepen interessant bleek te zijn en kon uitgroeien tot een veel gevraagde toplocatie.

Het park en de sanering
Zonder de hulp van de hogere overheden kon het project nooit van de grond komen. Het schoon krijgen van de vervuilde grond was het allesoverheersende probleem dat eerst opgelost moest worden. De gasfabricage had de grond immers zwaar vervuild. Ooit had een ingenieursbureau berekend dat alles weg halen op ongeveer 500 miljoen gulden (toen nog!) uit zou komen. De ingenieurs bedachten een plan waarbij de vervuilde grond niet weggehaald zou worden maar geïsoleerd. Maak een dichte doos en zorg dat er geen contact meer mogelijk is met de vervuiling. Een damwand van 12 meter (tot op het Pleistocene zand, daarboven ligt veen) zou om het terrein geplaatst moeten worden. Vooral de bovenkant van de doos kreeg aandacht: een ondoordringbare, afsluitende laag van 20 centimeter beton of asfalt moest elk contact tussen mens of dier met de vervuiling onmogelijk maken. Zowel in als buiten de gebouwen. Dat leverde het beeld op van een parkeerplaats.

In het oude Westerpark groeien de bomen al bijna honderd jaar in een laag grond van niet meer dan één meter dikte, de grondwaterspiegel is er hoog. Toch staan er prachtige hoge bomen. Zo werd het idee van de daktuin geboren. Op de ondoordringbare laag van de sanering zou een meter schone grond aangebracht worden, genoeg om er een park op aan te leggen. Met een eigen schoon watersysteem.

Dat is de kern van het idee. En het is precies wat het Cultuurpark Westergasfabriek nu is: een daktuin. Op de sanering moest nog verder bezuinigd worden, zo kwam de damwand te vervallen. Zo lang er geen verplaatsing van verontreiniging van het terrein naar de omgeving te meten is (dat wordt voortdurend gemeten), is een damwand niet nodig, al is de ruimte er wel voor vrij gehouden. Daar waar bomen geplant zijn, is de 20 centimeter beton vervangen door een dikke laag plastic. Onder het manifestatieterrein van 2 hectare is een funderingslaag aangebracht  van verstrekt gras, een mengsel van plastic vezels met zand en aarde.

Het geld om de sanering uit te kunnen voeren, kwam van de Rijksoverheid. Uiteindelijk werd er veel meer verontreiniging aangetroffen dan verwacht. De sanering zou 25 miljoen euro kosten. Maar de daktuin is er gekomen.

De parkarchitect en het park
Nu de uitgangspunten van de sanering bekend waren, konden we gaan werken aan het ontwerp voor een park. Voor mij stond vanaf het begin een ding vast: probeer hier het beste en het mooiste park ter wereld te maken. Daar was natuurlijk lang niet iedereen het mee eens: doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg is niet voor niets een bekend Nederlands spreekwoord. De middelen voor het park waren oorspronkelijk beperkt: het park mocht eigenlijk niets kosten, 18 miljoen gulden werd er voor uitgetrokken. Het was vooral belangrijk om te beginnen, om een aansprekend ontwerp te maken en er in het vervolg van het proces op te hopen (en er hard aan te werken) dat het geld dat voor de uitvoering nodig was er uiteindelijk toch zou komen.

Cruciaal in het proces was dat we samen met de vertegenwoordigers van de buurt één Programma van Eisen voor het park vast konden stelden. De sanering en de parkaanleg zouden tegelijkertijd uitgevoerd moeten worden: de sanering vormde het belangrijkste uitgangspunt. Het Programma van Eisen zoals dat door de buurtbewoners werd ingediend, bleek nauwelijks af te wijken van wat we zelf hadden bedacht. Dat werd de basis voor het parkontwerp.

Om de keuze van de landschapsarchitect te kunnen maken werd een internationale prijsvraag georganiseerd. Toen de landschapsarchitect bekend was volgde het meest complexe onderdeel van het project. Van het neergelegde prijsvraagidee moest een uitvoerbaar parkplan gemaakt worden. De technische mogelijkheden, de kosten, de relatie met de sanering, de ontwerp kwaliteit, dat alles moest voortdurend in de gaten worden gehouden. Vanzelfsprekend zaten ook de buurtbewoners in deze fase met ons aan tafel. Dat was een enkele keer wel lastig maar een veel groter probleem vormden de diensten en bedrijven zoals de NS, het Energiebedrijf, de Gasunie en alle verschillende gemeentelijke diensten. Elke vierkante meter stond ter discussie en voor honderden grotere en kleinere probleempjes moest een oplossing gevonden worden. Het duurde twee jaar om een definitief ontwerp voor het park te maken dat binnen het beschikbare budget uitgevoerd kon worden. Hierbij hoorde ook het maken van een onderhoudsplan voor de eerste tien jaar waaruit moest blijken dat het park binnen het budget onderhouden zou kunnen worden.

Na tien jaar werken aan het project werden er eind jaren 90 twee belangrijke besluiten genomen: het definitieve ontwerp voor het Cultuurpark Westergasfabriek werd vastgesteld. En het besluit werd genomen de gebouwen voor één euro in erfpacht uit te geven aan projectontwikkelaar MAB (MAB staat voor Meijers Aannemingsbedrijf).

De gebouwen
Voor het opknappen van de gebouwen en voor de programmering werd een marktpartij gezocht. Deze werd uiteindelijk gevonden in de vorm van projectontwikkelaar MAB. De gebouwen werden op de Amsterdamse manier verkocht: in erfpacht uitgegeven voor, in dit geval, 100 jaar met de nadrukkelijke voorwaarde dat MAB de gebouwen op moest knappen. Dat zou voor hen uiteindelijk een investering van 50 miljoen betekenen. MAB werd enkele jaren later verkocht aan Bouwfonds maar de gebouwen van de Westergasfabriek gingen in deze verkoop niet mee. Ze bleven in bezit van de enige oorspronkelijke eigenaar van MAB: de heer Meijer. Ook de beheer- en exploitatiemaatschappij die de verhuur en de programmering van de gebouwen verzorgt, ging mee naar de marktpartij: de waarde van de Westergasfabriek werd niet bepaald door de stenen en de geschiedenis. Hoe mooi en monumentaal de gebouwen ook zijn, monumenten onderhouden kost alleen maar geld en de gasfabricage had vooral veel viezigheid onder de gebouwen achter gelaten. De waarde van de Westergasfabriek werd en wordt bepaald door wat er gebeurt of sterker nog; door wat er nog kan gaan gebeuren.

Ontwikkelaars berekenen graag waarde op basis van opbrengsten per vierkante meter.  Daarbij kiezen ze voor de bekende formules: wonen, kantoren, horeca, en hotel. Wij probeerden ze er van te overtuigen dat er waarde zit in leegte. De gebouwen van de Westergasfabriek vormen een monumentale huls waarin zich allerlei verschillende programma’s af kunnen spelen. Het behouden van de industriële uitstraling was voor ons het belangrijkste uitgangspunt. De wens van veel ontwikkelaars om te gaan verhokken, wilden we zo veel mogelijk tegen gaan. Een volledig lege Gashouder met – tussen de verschillende gebruikers in – helemaal niets er in: dat was onze ambitie. Ook een van de Zuiveringshallen, het Transformatorgebouw en het Machinegebouw bleven grotendeels leeg. Elke nieuwe tijdelijke huurder richt de ruimte naar eigen behoefte in.

Cultuurpark Westergasfabriek vandaag
Vandaag is de Westergasfabriek een plek waar alles kan. Ze is het onbetwiste centrum van de creatieve klasse in Amsterdam. Omdat het bijzondere karakter van de enclave grotendeels bewaard is gebleven, is er een heel sterke en eigen identiteit. De grote gebouwen met hun prachtige licht en het park dat een nieuwe inhoud geeft aan de relatie tussen natuur en stad dragen daar sterk aan bij. Zo heeft niet alleen de gasfabriek door haar programma een sterke toegevoegde waarde weten te creëren maar wordt er waarde gegenereerd tot ver buiten de eigen grenzen.

Zoals met elk succesvol project ligt er een ander risico op de loer. Dat is dat het project ten onder gaat aan haar eigen succes. Het park trekt enorme aantallen bezoekers. De verhuur van de gebouwen is erg succesvol, iedereen wil er zitten. De aanwezigheid van de televisiestudio waar Pauw, Jinek en De Wereld Draait Door worden opgenomen, draagt daar zeker aan bij. Ook de Gashouder is uitgegroeid tot een internationaal fenomeen. Het park is te klein en er wordt serieus nagedacht over een forse uitbreiding.

Vloeroppervlakte die bedoeld was voor het vestigen van culturele bedrijvigheid wordt steeds meer verhuurd als gespecialiseerde horeca. Was er oorspronkelijk ruimte voor drie horecavestigingen, vandaag bevindt zich er een veelvoud. Erg lucratief als men bedenkt dat horeca gemiddeld vier keer zo veel huur oplevert. Het risico bestaat dat de gasfabriek verder uitgroeit tot een hip uitgaanscentrum waar alleen nog in de horeca gewerkt wordt.

Dat het park zo succesvol is gebleken, hoeft niet te verbazen. Aan deze kant van Amsterdam ontbrak immers een park, de druk van de moderne stadsbewoner op de openbare ruimte is enorm. Het plan zoals dat bedacht werd door Kathryn Gustafson en Neil Porter heeft haar meerwaarde overduidelijk bewezen. Het park prikkelt alle zintuigen, het is prachtig en functioneel. Maar ook de toekomst van het park is niet zonder risico’s. De Amsterdamse parken worden in het algemeen slecht beheerd. Het Westerpark vormt hierin nog een gunstige uitzondering, al is het park vooral vanwege het intensieve gebruik nu al aan groot onderhoud toe. De combinatie van het gebruik van het park en de gebouwen heeft op de Westergasfabriek haar succes bewezen. In een eventuele parkuitbreiding zullen geen gebouwen staan. De opgave om een fantastisch park te kunnen ontwerpen is maar bij een zeer select gezelschap van landschapsarchitecten in goede handen. Het is zeker niet uitgesloten dat Amsterdam de eigen groenontwerpers zal vragen de uitbreiding te ontwerpen.

Academici, bestuurders en andere betrokkenen zien een succesvolle herontwikkeling vaak als een toverkunstje: puur geluk dat het voor elkaar gekomen is. Ik heb ontdekt dat het vooral heel hard werken is en volhouden: met heel veel geduld en met een sterke visie doorgaan ook als er tegenvallers zijn. Voor ingewikkelde problemen zoals het hergebruik van bestaande terreinen en gebouwen bestaan geen gemakkelijke en simpele oplossingen. Ik ben blij dat de Westergasfabriek daarvan een voorbeeld kan zijn. Het is juist het experimenteren met de verschillende mogelijkheden en het inzetten van de beste vaklui die men kan vinden waardoor het succes van een dergelijke onderneming wordt bepaald.

Mail de redactie