Een onvermijdelijke sleutelrol voor de bouw in een circulaire transitie

Editie: 26

Gepubliceerd op: 25 maart 2019

Wij en onze planeet staan ​​aan de vooravond van een aantal grote uitdagingen. Denk maar eens aan klimaatverandering, verlies aan biodiversiteit, “de plastic soep” of het garanderen van toegang tot grondstoffen voor de industrie.

Het perspectief wordt ook niet snel beter:

  • De OESO “Global Material Resources Outlook” voorspelt een verdubbeling van het wereldwijde gebruik van primaire materialen tussen nu en 2060.
  • De Ellen Mac Arthur Foundation drong door tot de huiskamer door te stellen dat er in 2050 mogelijk meer plastic in onze oceanen zal zijn dan vis.
  • De stijging van het zeewater door klimaatverandering zal de economieën in delta’s overal in de wereld beïnvloeden (let op: 80 procent van het wereldwijde BNP vindt plaats in delta’s!).
  • We verspillen 1/3 van het voedsel dat we produceren. Om de wereld te voeden in 2050 moeten we de voedselproductie verdubbelen.

Een transitie naar een circulaire economie (CE) is in deze omstandigheden meer dan logisch. Een CE wordt vaak uitgelegd als een manier om grondstoffen veel langer in circulatie te houden. Maar een CE gaat over meer dan materialen alleen. Het gaat ook over hernieuwbare energie, behoud van biodiversiteit, duurzame sociale verhoudingen en nieuwe samenwerkingsverbanden. Het is een andere manier van ontwerpen, produceren, consumeren en omgaan met afval. Het is een systeemverandering en gaat over zowel economie als duurzaamheid. Nederland heeft een van de meest ambitieuze CE-doelstellingen ter wereld. We willen volledig circulair zijn in 2050, en in 2030 al een reductie van 50 procent op de niet hernieuwbare grondstoffen hebben bereikt. Het is een prachtig “moon shot” dat innovatie kan richten.

In dit alles is er een cruciale rol weggelegd voor de gebouwde omgeving. Deze is in Nederland bijvoorbeeld goed voor circa 40 procent van het energiegebruik en 40 procent van primaire grondstofgebruik. Stel je maar eens 250 miljoen ton zand, hout, beton en staal per jaar voor. Ook in Nederland is 40 procent van al het afval bouw gerelateerd: samen goed voor 24 miljoen ton per jaar.

De Ellen MacArtur Foundation (EMF) haalt aan dat in Europa (in 2014) grosso modo 10-15 procent van materialen verloren gaat tijdens de bouw, er overdag 60 procent leegstand is van kantoorgebouwen, 20-40 procent van de energie in bestaande gebouwen (winstgevend) bespaard kan worden en 54 procent van al het sloopafval op een stortplaats beland. Plaats daar eens uitdagingen in andere plaatsen van de wereld tegenover. 70 procent van de gebouwen die er in India in 2030 zullen zijn dienen nog gebouwd te worden. Wat betekent dat voor druk op grondstoffen? Elementen die EMF in haar toekomstvisie noemt zijn behoorlijk consistent met andere visies over CE en de bouw. Plat geslagen in mijn woorden: “bouw slimme, modulaire en (energie)producerende gebouwen gemaakt van circulaire materialen in een leefbaar stedelijk ecosysteem”. Het gaat er bij circulariteit om tijdens het gehele proces van inkoop, de bouw, het gebruik en de einde levensfase van producten, onderdelen en materialen deze zo lang mogelijk, een zo hoog mogelijk waarde te laten behouden en geen afval te creëren. Design is hierin essentieel! Tijdens het inkopen en de constructiefase gaat het om vermijding van waardeverlies, het vervangen van ‘eindige’ materialen door hernieuwbare materialen, gebruik van hernieuwbare en decentrale energie en het elimineren van toxische materialen en afval. De ontwerptaak gaat echter verder dan de oplevering van een gebouw, het gaat om de totale levensduur. Dat kan door in het ontwerp te anticiperen op hergebruik van materialen en producten, eenvoudige onderhoud, effectieve facilitaire diensten en rekening te houden met mogelijk aanpassingen en functiewijzigingen. Het meest inventief is hierbij de inzet van nieuwe circulaire businessmodellen “van bezit naar gebruik”. Financieel gezien gaan de “total cost of ownership” omlaag bij circulair bouwen. De bouw kosten (inclusief design) gaan iets omhoog maar de gebruikskosten (exploitatie, onderhoud, energie, aanpassingen en deconstructie) omlaag. Door bijvoorbeeld vooraf extra te investeren in een warmtepomp gaan energie kosten tijdens de levensduur significant omlaag. De CAPEX gaat hierbij iets omhoog maar de OPEX en natuurlijk ook de footprint gaan harder omlaag. Door een gebouw als een tijdelijk en demontabel materialen depot neer te zetten gaat de restwaarde omhoog. Het werk van Madaster, en hun inzet op een kadaster voor materialen is in dit verband erg interessant. Ook zijn er andere kwaliteitsaspecten die zich tevens laten vertalen in euro’s. Door een procent meer uit te geven aan circulariteit tijdens de bouwfase kan een zodanig aantrekkelijke en gezonde werkplek ontstaan dat de productiviteit met een procent stijgt en het ziekteverzuim met een procent daalt. Reken dat maar eens door gedurende de gebruiksperiode! De rol van een architect verandert: zij/hij overziet alle levensfasen van het gebouw en brengt partijen en mogelijk ook data samen.

Er zijn al veel inspirerende voorbeelden te zien in ons land:

  • De Delta Development Group ging van visie naar realisatie van Park2020. Het is de eerste full-service Cradle to Cradle-werkomgeving in Nederland. In Park 2020 wordt een uniek niveau van duurzaamheid gecreëerd samen met een mensgerichte ontwerpaanpak om een schone, inspirerende en productieve werkomgeving te realiseren. Het heeft een geïntegreerde circulaire visie, modulaire gebouwen, natuurlijke ventilatie, koude- en warmteopslag, hergebruik van water en stadslandbouw.
  • Het Stadskantoor Venlo (figuur 1) is meer dan alleen duurzaam. Het nieuwe stadskantoor belichaamt de ambitie van de gemeente Venlo om stad en regio volgens Cradle to Cradle (C2C) principes te laten functioneren. Het gebouw is niet slechts duurzaam (‘minder slecht’), maar levert juist een positieve bijdrage aan mens, milieu en economie. Het ruimtelijk ontwerp had drie uitgangspunten: zoveel mogelijk daglicht en groen naar binnen halen, routes door het gebouw creëren waardoor mensen gaan bewegen en ontmoeten, werken en ontspannen en alleen gezonde materialen gebruiken.
  • Circl is een circulair platform van ABN-AMRO op de Amsterdamse Zuidas. Tijdens de aanvang van de bouw van een eerder ontwerp is het roer omgegooid en is er gekozen voor een volledig circulair gebouw. Een bank die actief is in vastgoed moet het voorbeeld geven en anticiperen op de onvermijdelijke strengere wetgeving op het gebied van energie-labels en circulaire ambities van de overheid richting 2050. Vooraf zijn afspraken vastgelegd over de restwaarde. Het is geïsoleerd door het gebruik van vezels uit 16.000 ingezamelde jeans. Op het dak liggen 500 zonnepanelen die voor energie zorgen. In het pand wordt geen wisselspanning maar gelijkstroom gebruikt, zodat energieverlies door omzetting beperkt wordt. De lift blijft eigendom van de fabrikant en wordt betaald op basis van gebruik. Elk element van het gebouw heeft een verhaal van tapijt tot deurknop. Circl hoopt dat iedereen de nieuwe kennis en ervaring die ze hebben opgedaan bij de circulaire bouw van Circl gaat gebruiken. Ze spreken daarom bij Circl niet van copyright, maar liever van een ‘right to copy’.
  • Dat het niet alleen om nieuwbouwprojecten gaat bewijst architect Thomas Rau. Energie netbeheerder Liander streeft naar een in 2023 volledig CO2 neutrale bedrijfsvoering. Op innovatieve wijze is door Thomas Rau een BREEAM outstanding huisvesting gecreëerd in een complex van vijf bestaande gebouwen, die zijn uitgebreid en overkapt door een ‘klimaatkas’ met een zwevend dak. De huisvesting biedt, volgens de principes van het nieuwe werken, plaats aan 850 flexibele werkplekken voor 1550 medewerkers. Het concept bestaat uit het behouden en aanpassen van bestaande gebouwen uit zowel economisch, esthetisch als ecologisch oogpunt.
  • Circulaire gebouwen inspireren en leiden tot nieuwe bedrijvigheid en innovatie. Onder de rook van Schiphol ligt C-Bèta, een circulair verbouwde hoeve en circulaire experimenteerplek. De C-Creators werken van daaruit aan circulaire bouwuitdagingen in de regio. Het voormalige tropisch zwembad Tropicana is circulair verbouwd als BlueCity en is een broedplaats voor innovatieve bedrijven die ook hun reststromen aan elkaar koppelen.
  • Ca 1/3 van lokaal CO2-emissies is gerelateerd aan het energieverbruik van bestaande gebouwen. In het kader van het project Stroomversnelling leverde bouwer Volker Wessels een fraai staaltje af. Een energieverspillend oud huis is binnen een dag getransformeerd naar een modern energiezuinig en duurzame woning. Een woning in Nieuw-Buinen heeft een volledig nieuwe ‘schil’ gekregen. In die schil zijn alle benodigde installaties verwerkt. Een inspirerend voorbeeld voor gedateerde sociale woningbouw?
  • Net als de nieuwe terminal van Schiphol neemt ook de negen hallen tellende productielocatie van Bruynzeel Storage Systems in Panningen geen producten meer af, maar diensten. In dit geval Light-as-a-service. Ze besparen tot 73 procent op energieconsumptie voor verlichting met LED-verlichting. Ze werken hierbij samen met Signify (Philips). Bruynzeel gebruikt licht als een dienst maar het eigendom van de armaturen en lampen blijft bij Signify. Het is in het belang van Signify om de verlichting zo efficiënt, onderhoudsvriendelijk en herbruikbaar mogelijk te maken.
  • Het klimaat verandert. Soms is er te weinig water en soms te veel. Niet alleen gebouwen maar ook de directe omgeving past zich aan. De Urbanisten ontwierpen het van Benthum waterplein in Rotterdam. Het waterplein Benthemplein is niet alleen een uniek ontwerp, het kent vele functies zoals ruimte voor sport, groen, buitentheater én waterberging. Het plein bestaat uit drie verdiepte bassins die tijdens hevige buien gevuld worden met regenwater uit de omgeving. Het diepste bassin, tevens een sportveld, loopt pas vol bij extreme omstandigheden. In totaal is er genoeg ruimte om 1,7 miljoen liter water tijdelijk vast te houden. Zodra het weer droog is, loopt het water langzaam weg.
  • Daken zijn niet langer slechts de bovenkant van een gebouw, maar vervullen een belangrijke rol in de energieprestatie van het gebouw, verbeteren het regen-waterbeheer van de stad, dempen het stads hitte-eilandeffect en hebben een positief effect op mens, gezondheid en biodiversiteit. Het project Smartroof 2.0 richt zich op het demonstreren en wetenschappelijk onderbouwen van de waarde van de combinatie van blauw (regenwater opvang en – hergebruik) en groen (gevarieerde beplanting) voor een klimaatbestendige en leefbare stad.
  • Innovaties in recycling kunnen ook een rol spelen. 45 procent van de CO2 voetafdruk van gebouwen hangt samen met ingebedde CO2-emissies in bouwmaterialen. Voor beton is met name de energie intensieve cement fractie dominant in de voetafdruk. Echter, gemiddeld is er nog steeds 50 procent nieuw reactief cement in betonpuin. Een fractie die nu niet wordt benut. De SmartCrusher van New Horizon claimt dit cement terug te kunnen winnen uit betonpuin voor hergebruik als een CO2-vrije kalksteenvervanger voor de productie van nieuw cement. Projecteer dat potentieel eens op de bouwuitdaging van India!

Uniek aan de bouw is dat alle circulaire businessmodellen er samen komen: gebruik van bio-based en circulaire materialen, een gebouw als een service, de deeleconomie, levensduurverlening en terugwinning en hergebruik. Het is een innovatieve uitdaging die verder gaat dan alleen de harde bouw lagen en vraagt om samenwerking tussen alle actoren in de keten. Circulair bouwen gaat ook verder dan ‘van gas los’ of energieneutraal. Het helpt enorm als de markt wordt uitgedaagd met tenders die een stap verder gaan en waarbij partijen op alle ‘milieu’ indicatoren goed moeten scoren.

Kunnen we de gebouwde omgeving in Nederland circulair inrichten als ‘Living Lab’ voor de wereld?  Ik denk dat wij dat kunnen, net zoals we al sinds de Middeleeuwen samenwerken om onze voeten droog te houden en daarmee ons als waterbouwers op de kaart hebben gezet. Met alle klimaat en circulaire ambities wordt de regeldruk op gebouwen groter richting 2030. Gebruik het natuurlijk momentum van een onvermijdelijke renovatie en kies voor een echt circulaire benadering. Als Holland Circular Hotspot helpen we graag de bewezen Nederlandse circulaire oplossingen en aanpak internationaal onder het voetlicht te brengen. Geld verdienen en bijdragen aan de maatschappelijke doelstellingen, is dat geen mooi vooruitzicht?

Figuur 1: Stadskantoor Venlo (De Limburger, 2017)

Mail de redactie