Van dromen naar realiteit: hoe krijg je een plan financieel haalbaar en uitvoerbaar?
Editie: 33- Public vs. Private
Published on: 17 augustus 2026
Veel binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen zijn financieel niet haalbaar. Bijvoorbeeld omdat de te slopen bebouwing leidt tot een hoge inbrengwaarde van de opstallen, grote infrastructurele aanpassingen vaak gewenst zijn, de wens tot meer betaalbare woningen minder oplevert en gebouwde parkeervoorzieningen niet rendabel zijn. De vraag die in vrijwel elk project opduikt is: “hoe krijgen we een plan financieel haalbaar?”. Vervolgens als het plan haalbaar is gemaakt komt de vraag “hoe krijgen we het project uitvoerbaar?”, omdat het project bijvoorbeeld nog veel risico’s kent of er sprake is van versnipperd eigendom. In dit artikel gaan we in op vernieuwende manieren om met dit vraagstuk om te gaan. Dit doen we aan de hand van drie pijlers: toewerken naar een haalbare business case, goed risicomanagement en robuuste en flexibele afspraken. Een kritische succesfactor daarbij is om in een interactief en iteratief proces gezamenlijk op te trekken en de juiste tools in te zetten.
Pijler 1: Toewerken naar een haalbare business case
Flexibele business case met cockpit en knoppen om aan te draaien
Het toewerken naar een haalbare business case is niet gemakkelijk en vraagt om ingewikkelde keuzes. Wat daarbij behulpzaam is, is om in een vroege fase van het project al een flexibele business case op te stellen met een cockpit waarin de belangrijkste sturingsknoppen staan vermeld inclusief hun impact op het resultaat, zie Figuur 1. Zo wordt direct duidelijk welke elementen binnen het plan vooral de waarde bepalen en waar het wenselijk is om de nadruk op te leggen. Het resultaat is in te delen in vier hoofdcomponenten: de inbrengwaarde van gronden/opstallen, de overige grondexploitatiekosten (grex-kosten), het vastgoedresultaat en het parkeerresultaat. Bij de knoppen maken we onderscheid in keuzes in het plan (beslisonzekerheden) en exogene factoren (risico’s en kansen).
Figuur 1: Voorbeeld flexibele business case met cockpit

Proces richting haalbare business case: integraal, interactief en iteratief
De laatste jaren werken we steeds vaker voor publieke en private partijen gezamenlijk om tot een haalbaar plan te komen en gebruiken daarbij de gezamenlijke business case met cockpit als sturingsinstrument. Deze gezamenlijke business case betreft een integrale project business case en is daarmee nog onafhankelijk van welke partij de verschillende onderdelen gaat uitvoeren. Dat is in de vroege fase van het project vaak ook nog niet bekend. In een interactief en iteratief proces – wat voorheen rekenen en tekenen werd genoemd – werken we toe naar een haalbaar plan. In de loop van de jaren hebben we dit proces verder uitgebreid, zoals te zien is in Figuur 2.
Figuur 2: Integraal, interactief en iteratief proces

Het reken- en tekenproces gaat over het ruimtelijke en financiële deel (nr. 1 en 2 in figuur 2). Bij binnenstedelijke ontwikkelingen zien we vaak dat het tekort in de business case wordt veroorzaakt door hoge inbrengwaarden van grond/opstallen en een forse onrendabele top op parkeren omdat de stichtingskosten van gebouwd parkeren vaak hoger zijn dan de parkeeropbrengsten. Daardoor verschuift de aandacht in veel projecten naar strategische keuzes ten aanzien van fasering en scoping van het gebied (centraal weergegeven in figuur 2) en optimalisaties in het mobiliteitsconcept (nr. 3). Het mobiliteitsvraagstuk raakt aan het ruimtelijk domein, maar vormt een afzonderlijk domein met eigen afwegingen zoals parkeernormen, parkeeroplossing, dubbelgebruik en tariefstructuur. De keuzes in de programmamix (nr. 4) beïnvloeden vrijwel alle bouwstenen: door een goede programmamix is bijvoorbeeld dubbelgebruik bij parkeren mogelijk, wat leidt tot minder benodigde parkeerplekken, minder ruimtebeslag en een beter financieel resultaat. Tenslotte kunnen overige elementen eventueel een rol spelen die erg sturend zijn in het proces, zoals netcongestie of water- en bodemgesteldheid.
Uit onze ervaring met complexe binnenstedelijke gebiedsontwikkeling constateren we dat optimalisatie vanuit één afzonderlijk expertiseveld vaak niet meer voldoende is. Keuzes op het gebied van programma, mobiliteit, ontwerp en exploitatie hangen nauw met elkaar samen en beïnvloeden zowel de ruimtelijke kwaliteit als het financiële resultaat. Dit vraagt om een integrale benadering, waarin afwegingen in samenhang worden gemaakt. Strategische afwegingen vinden dan ook plaats in het hart van het proces waarin alle disciplines samenkomen. Dit kan in een traject tussen publieke en private partijen, maar is ook heel waardevol tussen verschillende disciplines binnen een gemeente.
Een belangrijk aandachtspunt bij de financiële optimalisaties is dat de doelen en ambities voor het gebied centraal staan (zie bovenaan figuur 2). Oftewel een verbetering van het financieel resultaat moet altijd gepaard gaan met zo min mogelijk verlies van maatschappelijke waarde. Het is de kunst om te sturen op een optimale prijs-kwaliteitverhouding van het plan. Dit vraagt van publieke partijen om hun (stapeling van) ambities te prioriteren, van stedenbouwkundigen dat zij waar nodig concessies doen aan het ruimtelijk plan ten dienste van haalbaarheid en andere maatschappelijke doelstellingen, en van alle betrokken partijen om zowel hun eigen als gezamenlijke belangen transparant op tafel te leggen en te beargumenteren. Het realiseren van een haalbaar project vraagt dus veel van partijen en is niet eenvoudig. Tegelijkertijd leidt financiële optimalisatie uiteindelijk juist vaak tot een beter plan, met een betere prijs- kwaliteitverhouding.
Pijler 2: Goed risicomanagement: toewerken naar een robuust plan en afspraken
Een sluitende business case is nog maar het begin: een haalbaar plan is nog geen uitvoerbaar plan. Er zijn vaak vele risico’s die een marktpartij noch gemeente zonder meer bereid zijn om op zich te nemen. Het is daarom belangrijk veel aandacht te besteden aan de vele onzekerheden die het langdurige proces van gebiedsontwikkeling kent. Goed risicomanagement is daar een hulpmiddel bij met als doel om de risico’s zoveel mogelijk terug te dringen en het risicoprofiel van het project te verbeteren. Dit geldt niet alleen tijdens de fase van het haalbaar krijgen van het plan, ook in de vervolgfase als partijen met elkaar in gesprek gaan over de gewenste taak- en risicoverdeling en tijdens de uitvoering van het project. Dit lijkt een open deur, maar risicomanagement krijgt in de praktijk van gebiedsontwikkeling vaak nog onvoldoende aandacht.
Stap 1: Risico-inventarisatie en clustering
De eerste stap bij risicomanagement bestaat uit het inventariseren en daarna clusteren van de belangrijkste risico’s. Hieronder een aantal suggesties:
- Maak het niet te moeilijk. Beperk de analyse tot de belangrijkste risico’s, bijvoorbeeld op basis van een korte brainstorm. Vragen als ‘’wat gebeurt er als …’’ en de gevoeligheidsanalyse uit de business case geven hierbij richting.
- Formuleer risico’s zorgvuldig. Maak hierin onderscheid tussen gebeurtenis, oorzaken en gevolgen. Dit helpt om bij de het inventariseren van de beheersmaatregelen acties te bedenken die de kans van optreden verminderen (preventieve maatregel) of de schade beperken (correctieve maatregel).
- Redeneer richting een beperkt aantal topgebeurtenissen waarop risico’s uiteindelijk uitkomen, zoals het niet doorgaan van het project, verslechtering van het financiële resultaat of het niet realiseren van maatschappelijke opgaven. Dit helpt om onderlinge causale relaties inzichtelijk te maken en dubbeltellingen te voorkomen.
- Visualiseer waar mogelijk de onderlinge relaties tussen de risico’s in een risicoboom (zie figuur 3). Dit maakt zichtbaar dat risico’s meerdere effecten kunnen hebben en onderling verbonden zijn.
- Het kan helpen om onderscheid te maken tussen procesrisico’s die voor de start van het project kunnen plaatsvinden en projectrisico’s die tijdens de uitvoering van het project kunnen optreden.
Figuur 3: Een schematische weergave van een risicoboom

Stap 2: risicobeheersing
Vervolgens is het zaak om beheersmaatregelen te bedenken die de risico’s terugdringen. De risicoboom uit stap 1 kan helpen bij de structurering van de risicolijst met beheermaatregelen. Het vinden van beheersmaatregelen kan op vier manieren: 1) het vermijden van het risico, 2) het terugdringen van de kans van optreden of gevolgschade, 3) het alloceren van het risico naar een partij die het beter kan beheersen of 4) het accepteren van het (rest)risico en waarderen. Het uitwerken van de beheersmaatregelen kan bijvoorbeeld in een tabel, zoals ter illustratie in Figuur 4 is weergegeven.
Figuur 4: Voorbeeld van een uitwerking van risico’s in beheersmaatregelen

Sommige beheersmaatregelen vereisen een aanpassing van het plan. Zo zien we regelmatig dat plannen geen rekening houden met bestaande eigendomsgrenzen. Het risico bestaat dan dat de ontwikkeling stagneert als eigenaren niet mee willen doen. Een plan dat zoveel mogelijk rekening houdt met eigendomsgrenzen en goed faseerbaar is (preventieve beheersmaatregel) is flexibeler en vergroot de uitvoerbaarheid van het plan. Andere beheersmaatregelen, die met name betrekking hebben op de procesrisico’s, vormen vaak een actielijst voor de komende periode om te voorkomen dat een project niet doorgaat of vertraagt. Tenslotte ontstaat er een lijst met beheersmaatregelen die mogelijk in de toekomst optreden, waarvan het belangrijk is hierover vooraf afspraken te maken in de overeenkomst tussen partijen. Dat betekent dat de overeenkomst niet alleen beschrijft hoe partijen met elkaar omgaan als alles verloopt zoals verwacht, maar ook hoe ze met elkaar om gaan als zich gaandeweg wijzigingen of risico’s voordoen.
Pijler 3: Robuuste en flexibele afspraken
Het sluitstuk van de voorbereidingsfase is vaak een samenwerkingsovereenkomst tussen partijen met afspraken over de uitvoering van het project. In een robuuste overeenkomst wordt naast de basisafspraken, ook rekening gehouden met bijzondere situaties (zie Figuur 5).
Figuur 5: Drie niveaus binnen een robuuste overeenkomst

Het basismechanisme dat terugkomt in elke overeenkomst gaat over de rechten en plichten van elk van de partijen om tot uitvoering van het plan te komen. Denk daarbij aan de kaders van het plan, de taak- en risicoverdeling en eventuele vergoedingen over en weer voor geleverde prestaties. Vaak wordt ook een indicatieve planning opgenomen.
Daarnaast staan in een goede overeenkomst clausules opgenomen hoe partijen met elkaar omgaan als er bijzondere gebeurtenissen optreden die afwijken van de verwachting. Bijvoorbeeld situaties waarin er wijzigingen nodig zijn door vernieuwde inzichten (en wie de kosten daarvan draagt), wat als sprake is van een overmachtssituatie (zoals een vastgoedcrisis) of als één van de partijen tekortschiet in het nakomen van zijn verplichtingen? In veel samenwerkingsovereenkomsten zien we dat er voor deze situaties een procesoplossing wordt gekozen zoals een geschillencommissie of een gang naar de rechter. In andere sectoren, zoals bij PPS-contracten van Rijkswaterstaat en het Rijksvastgoedbedrijf, zien we overeenkomsten waarin expliciet spelregels en principes voor deze situaties zijn vastgelegd. Dit biedt duidelijkheid voor alle partijen over hoe in dergelijke situaties te handelen. Input voor deze spelregels en principes volgen uit een goede risicoanalyse.
Tenslotte is het belangrijk om in een overeenkomst vast te leggen hoe partijen in een uiterste geval voortijdig uit elkaar kunnen gaan en welke afspraken daarbij gelden. Zo merkten we in de crisis van 2008 toen projecten langdurig stilvielen, dat veel partijen hierover geen afspraken hadden gemaakt. Een oplossing voor dergelijke bijzondere situaties (overmacht of tekortkoming van een marktpartij) zou kunnen zijn dat gemeenten naar redelijkheid en billijkheid het recht krijgen om de gronden tegen een vooraf afgesproken prijs te kopen, om te borgen dat de beoogde ontwikkeling alsnog wordt gerealiseerd en de impasse wordt doorbroken.
Tot slot
Het financieel haalbaar en uitvoerbaar krijgen van complexe gebiedsontwikkelingen is geen eenvoudige opgave. Het vraagt om een integrale benadering waarin inhoud, proces en samenwerking met elkaar samenhangen. Vernieuwende tools en processen helpen daarbij om de kans op succes te vergroten. Denk hierbij aan het werken met een gezamenlijke business case met cockpit als sturingsinstrument, een iteratief proces waarin vanuit meerdere disciplines wordt toegewerkt naar een optimaal haalbaar en uitvoerbaar plan, met expliciete aandacht voor onzekere situaties waar beheersmaatregelen voor worden bedacht. Daarnaast is het van belang om deze inzichten te vertalen naar robuuste en flexibele afspraken tussen partijen, zodat ook in afwijkende of onvoorziene situaties duidelijk is hoe te handelen. Juist de samenhang van al deze tools en processen maakt het mogelijk plannen niet alleen financieel haalbaar te maken, maar ook tot uitvoering te brengen. Daarmee wordt de kans vergroot dat gebiedsontwikkelingen niet alleen op papier, maar ook in de praktijk succesvol worden gerealiseerd.
Over de auteur: Antoinette Kemper
Antoinette Kemper is medeoprichter van Rebel, een financieel strategisch adviesbureau in verschillende sectoren op snijvlak publiek en privaat. De laatste jaren is Antoinette vooral bezig om namens gezamenlijke opdrachtgevers complexe projecten financieel haalbaar en uitvoerbaar te krijgen. Daarbij houdt ze zich naast het sluitend krijgen van de business case bezig met de ontwikkelstrategie, financiële strategie en samenwerkingsstrategie tussen partijen. Naast haar werk bij Rebel is Antoinette commissaris bij een woningcorporatie en geeft ze trainingen en lezingen.
